BWBR0049474
Geldig vanaf 2024-03-20
Artikel 2.1
Regeling specifieke uitkering aanvullende seksuele gezondheidzorg
1. De aanvraag tot verlening van een uitkering kan jaarlijks tot uiterlijk 13 weken voor de aanvang van het jaar waar de uitkering betrekking op heeft door de coördinerende GGD worden ingediend tot en met 30 september 2033.
2. De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het eerste lid.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt een aanvraag tot verlening van een uitkering voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onder c, en artikel 4.1, voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2024 op uiterlijk 1 mei 2024 ingediend.
4. De coördinerende GGD consulteert de GGD’en in diens regio over de aanvraag.
5. Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
6. De aanvraag vergezeld van:
a. een document waarin de coördinerende GGD de uitkomsten van de consultatie beschrijft; en
b. een document waarin de coördinerende GGD een regiobrede meerjarenvisie beschrijft.
2. De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het eerste lid.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt een aanvraag tot verlening van een uitkering voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onder c, en artikel 4.1, voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2024 op uiterlijk 1 mei 2024 ingediend.
4. De coördinerende GGD consulteert de GGD’en in diens regio over de aanvraag.
5. Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
6. De aanvraag vergezeld van:
a. een document waarin de coördinerende GGD de uitkomsten van de consultatie beschrijft; en
b. een document waarin de coördinerende GGD een regiobrede meerjarenvisie beschrijft.