BWBR0049474
Geldig vanaf 2024-03-20
Artikel 3.3
Regeling specifieke uitkering aanvullende seksuele gezondheidzorg
1. De soa-zorg en seksualiteitshulpverlening zijn afgestemd op de collectieve preventie en de curatieve gezondheidszorg.
2. Seksualiteitshulpverlening is gericht op personen jonger dan 25 jaar.
3. Soa-zorg is gericht op:
a. personen die behoren tot groepen in de samenleving met een verhoogd risico op een soa;
b. personen die in het kader van de bron- en contactopsporing gewaarschuwd zijn voor een soa;
c. personen met klachten die wijzen op een soa;
d. personen jonger dan 25 jaar;
e. personen die slachtoffer zijn geworden van verkrachting of seksueel geweld.
4. Diagnostiek als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onderdeel b en c, wordt uitgevoerd in een geaccrediteerd laboratorium gericht op de gezondheidszorg.
5. Soa-diagnostiek ten behoeve van soa-zorg wordt verricht ten behoeve van het stellen van een diagnose bij:
a. personen, bedoeld in het derde lid, onderdeel a tot en met c en e, met betrekking tot ten minste: 1° gonorroe;
2° syfilis; en
3° hiv op opt-out basis.
1° gonorroe;
2° syfilis; en
3° hiv op opt-out basis.
b. personen, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, met betrekking tot gonorroe.
c. personen, bedoeld in het derde lid, met betrekking tot chlamydia, ten minste in het geval dat een cliënt klachten heeft die wijzen op een chlamydia-infectie of indien een cliënt gewaarschuwd is door een partner met een chlamydia-infectie met klachten.
6. Diagnostiek ten behoeve van PrEP-zorg wordt verricht in het kader van het startconsult of het vervolgconsult, bedoeld in artikel 4.1, onder a, ten behoeve van het stellen van een diagnose voor hiv, syfilis, chlamydia, gonorroe, hepatitis-c en, indien diagnostiek hiernaar geïndiceerd is, de nierfunctie.
2. Seksualiteitshulpverlening is gericht op personen jonger dan 25 jaar.
3. Soa-zorg is gericht op:
a. personen die behoren tot groepen in de samenleving met een verhoogd risico op een soa;
b. personen die in het kader van de bron- en contactopsporing gewaarschuwd zijn voor een soa;
c. personen met klachten die wijzen op een soa;
d. personen jonger dan 25 jaar;
e. personen die slachtoffer zijn geworden van verkrachting of seksueel geweld.
4. Diagnostiek als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onderdeel b en c, wordt uitgevoerd in een geaccrediteerd laboratorium gericht op de gezondheidszorg.
5. Soa-diagnostiek ten behoeve van soa-zorg wordt verricht ten behoeve van het stellen van een diagnose bij:
a. personen, bedoeld in het derde lid, onderdeel a tot en met c en e, met betrekking tot ten minste: 1° gonorroe;
2° syfilis; en
3° hiv op opt-out basis.
1° gonorroe;
2° syfilis; en
3° hiv op opt-out basis.
b. personen, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, met betrekking tot gonorroe.
c. personen, bedoeld in het derde lid, met betrekking tot chlamydia, ten minste in het geval dat een cliënt klachten heeft die wijzen op een chlamydia-infectie of indien een cliënt gewaarschuwd is door een partner met een chlamydia-infectie met klachten.
6. Diagnostiek ten behoeve van PrEP-zorg wordt verricht in het kader van het startconsult of het vervolgconsult, bedoeld in artikel 4.1, onder a, ten behoeve van het stellen van een diagnose voor hiv, syfilis, chlamydia, gonorroe, hepatitis-c en, indien diagnostiek hiernaar geïndiceerd is, de nierfunctie.