BWBR0049474
Geldig vanaf 2024-03-20
Artikel 3.2
Regeling specifieke uitkering aanvullende seksuele gezondheidzorg
1. De uitkering voor activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, met uitzondering van activiteiten bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onder c, in het kader van soa-zorg, seksualiteitshulpverlening en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2024 ten hoogste:
a. € 15.325.628,– voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 5.970.037,– voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 2.431.367,– voor de GGD Groningen;
d. € 3.873.168,– voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 5.317.241,– voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 4.966.233,– voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 2.683.808,– voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 1.903.453,– voor de GGD Regio Utrecht.
2. De uitkering voor activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onder c, bedraagt voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2024 ten hoogste:
a. € 727.199,– voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 244.466,– voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 104.064,– voor de GGD Groningen;
d. € 164.496,– voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 281.332,– voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 230.972,– voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 118.849,– voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 143.022,– voor de GGD Regio Utrecht.
3. De uitkering voor activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, in het kader van soa-zorg, seksualiteitshulpverlening en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2025 ten hoogste:
a. € 17.778.322,– voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 6.828.466,– voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 2.792.228,– voor de GGD Groningen;
d. € 4.444.823,– voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 6.240.765,– voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 5.749.337,– voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 3.092.084,– voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 2.339.811,– voor de GGD Regio Utrecht.
4. De uitkering voor activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, in het kader van soa-zorg, seksualiteitshulpverlening en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2026 ten hoogste:
a. € 17.067.189,12 voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 6.555.327,36 voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 2.680.538,88 voor de GGD Groningen;
d. € 4.267.030,08 voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 5.991.134,40 voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 5.519.363,52 voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 2.968.400,64 voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 2.246.218,56 voor de GGD Regio Utrecht.
5. De minister kan de maximumbedragen van de uitkering jaarlijks indexeren.
a. € 15.325.628,– voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 5.970.037,– voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 2.431.367,– voor de GGD Groningen;
d. € 3.873.168,– voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 5.317.241,– voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 4.966.233,– voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 2.683.808,– voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 1.903.453,– voor de GGD Regio Utrecht.
2. De uitkering voor activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onder c, bedraagt voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2024 ten hoogste:
a. € 727.199,– voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 244.466,– voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 104.064,– voor de GGD Groningen;
d. € 164.496,– voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 281.332,– voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 230.972,– voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 118.849,– voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 143.022,– voor de GGD Regio Utrecht.
3. De uitkering voor activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, in het kader van soa-zorg, seksualiteitshulpverlening en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2025 ten hoogste:
a. € 17.778.322,– voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 6.828.466,– voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 2.792.228,– voor de GGD Groningen;
d. € 4.444.823,– voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 6.240.765,– voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 5.749.337,– voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 3.092.084,– voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 2.339.811,– voor de GGD Regio Utrecht.
4. De uitkering voor activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, in het kader van soa-zorg, seksualiteitshulpverlening en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2026 ten hoogste:
a. € 17.067.189,12 voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 6.555.327,36 voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 2.680.538,88 voor de GGD Groningen;
d. € 4.267.030,08 voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 5.991.134,40 voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 5.519.363,52 voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 2.968.400,64 voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 2.246.218,56 voor de GGD Regio Utrecht.
5. De minister kan de maximumbedragen van de uitkering jaarlijks indexeren.