BWBR0049400
Geldig vanaf 2024-11-18
Artikel 6
Tijdelijke regeling specifieke uitkering mobiliteitspakketten ten behoeve van woningbouw
1. De minister besluit op een aanvraag binnen dertien weken na ontvangst.
2. Een besluit tot verlening van een specifieke uitkering vermeldt in ieder geval:
a. de mobiliteitsmaatregel of mobiliteitsmaatregelen bij de woningbouwlocatie waarvoor een specifieke uitkering wordt verleend;
b. het bedrag van de specifieke uitkering per mobiliteitsmaatregel en in totaal;
c. het voorschot en de wijze van uitkering, bedoeld in artikel 10, eerste en tweede lid;
d. het bedrag dat betrekking heeft op de compensabele btw-component en wordt toegevoegd aan het BTW-compensatiefonds;
e. de wijze waarop het bedrag van de specifieke uitkering is bepaald;
f. het voorziene resterende financiële tekort per woningbouwlocatie;
g. het percentage van het bedrag van de specifieke uitkering in het voorziene resterende financiële tekort per woningbouwlocatie;
h. het totaal aantal te realiseren woningen en het aantal te realiseren betaalbare woningen op de woningbouwlocatie.
3. De bedragen genoemd in het tweede lid, onderdeel b, zijn de bedragen op basis van prijspeil 2022.
2. Een besluit tot verlening van een specifieke uitkering vermeldt in ieder geval:
a. de mobiliteitsmaatregel of mobiliteitsmaatregelen bij de woningbouwlocatie waarvoor een specifieke uitkering wordt verleend;
b. het bedrag van de specifieke uitkering per mobiliteitsmaatregel en in totaal;
c. het voorschot en de wijze van uitkering, bedoeld in artikel 10, eerste en tweede lid;
d. het bedrag dat betrekking heeft op de compensabele btw-component en wordt toegevoegd aan het BTW-compensatiefonds;
e. de wijze waarop het bedrag van de specifieke uitkering is bepaald;
f. het voorziene resterende financiële tekort per woningbouwlocatie;
g. het percentage van het bedrag van de specifieke uitkering in het voorziene resterende financiële tekort per woningbouwlocatie;
h. het totaal aantal te realiseren woningen en het aantal te realiseren betaalbare woningen op de woningbouwlocatie.
3. De bedragen genoemd in het tweede lid, onderdeel b, zijn de bedragen op basis van prijspeil 2022.