BWBR0049400
Geldig vanaf 2024-11-18
Artikel 3
Tijdelijke regeling specifieke uitkering mobiliteitspakketten ten behoeve van woningbouw
1. De minister kan op aanvraag van een gemeente of een openbaar lichaam, genoemd in de bijlage, een specifieke uitkering verlenen voor de realisatie van mobiliteitsmaatregelen, genoemd in de bijlage, bij een woningbouwlocatie, genoemd in de bijlage.
2. Het bedrag van de specifieke uitkering vermeerderd met de compensabele btw-component is ten hoogste het in de bijlagebij die woningbouwlocatie genoemde maximale bedrag op basis van prijspeil 2022.
3. De aanvraag bevat in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden:
a. een kaart met een geografische afbakening van de woningbouwlocatie;
b. een omschrijving van de te realiseren mobiliteitsmaatregelen en het daarbij behorende type mobiliteitsmaatregel;
c. een gespecificeerde begroting die een overzicht bevat van: 1°. de kosten van de realisatie van de mobiliteitsmaatregel of mobiliteitsmaatregelen bij de woningbouwlocatie;
2°. de ten behoeve van de mobiliteitsmaatregelen op basis van het Besluit Woningbouwimpuls 2020 verleende specifieke uitkeringen en eventuele andere ten behoeve van de mobiliteitsmaatregelen door het Rijk verleende bijdragen;
3°. indien een mobiliteitsmaatregel een mobiliteitshub behelst de bij oplevering verwachte netto-opbrengsten van de mobiliteitshub gelet op de voorziene exploitatiekosten en -inkomsten;
4°. het voorziene resterende financiële tekort per woningbouwlocatie;
5°. de bijdrage van decentrale overheden in het voorziene resterende financiële tekort per woningbouwlocatie;
6°. de gevraagde rijksbijdrage per woningbouwlocatie;
7°. het percentage van de gevraagde rijksbijdrage per woningbouwlocatie in het voorziene resterende financiële tekort per woningbouwlocatie;
1°. de kosten van de realisatie van de mobiliteitsmaatregel of mobiliteitsmaatregelen bij de woningbouwlocatie;
2°. de ten behoeve van de mobiliteitsmaatregelen op basis van het Besluit Woningbouwimpuls 2020 verleende specifieke uitkeringen en eventuele andere ten behoeve van de mobiliteitsmaatregelen door het Rijk verleende bijdragen;
3°. indien een mobiliteitsmaatregel een mobiliteitshub behelst de bij oplevering verwachte netto-opbrengsten van de mobiliteitshub gelet op de voorziene exploitatiekosten en -inkomsten;
4°. het voorziene resterende financiële tekort per woningbouwlocatie;
5°. de bijdrage van decentrale overheden in het voorziene resterende financiële tekort per woningbouwlocatie;
6°. de gevraagde rijksbijdrage per woningbouwlocatie;
7°. het percentage van de gevraagde rijksbijdrage per woningbouwlocatie in het voorziene resterende financiële tekort per woningbouwlocatie;
d. het totaal aantal te realiseren woningen en het aantal te realiseren betaalbare woningen op de woningbouwlocatie;
e. een tijdplanning van de realisatie van de woningen op de woningbouwlocatie en van de realisatie van de daarbij horende mobiliteitsmaatregelen; en
f. het bankrekeningnummer waarop het bedrag dient te worden gestort, inclusief een bewijs dat de bankrekening op naam van de aanvrager staat.
4. Een aanvraag kan tot uiterlijk twee maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling worden ingediend met gebruikmaking van een daartoe door de minister beschikbaar gesteld digitaal aanvraagformulier.
2. Het bedrag van de specifieke uitkering vermeerderd met de compensabele btw-component is ten hoogste het in de bijlagebij die woningbouwlocatie genoemde maximale bedrag op basis van prijspeil 2022.
3. De aanvraag bevat in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden:
a. een kaart met een geografische afbakening van de woningbouwlocatie;
b. een omschrijving van de te realiseren mobiliteitsmaatregelen en het daarbij behorende type mobiliteitsmaatregel;
c. een gespecificeerde begroting die een overzicht bevat van: 1°. de kosten van de realisatie van de mobiliteitsmaatregel of mobiliteitsmaatregelen bij de woningbouwlocatie;
2°. de ten behoeve van de mobiliteitsmaatregelen op basis van het Besluit Woningbouwimpuls 2020 verleende specifieke uitkeringen en eventuele andere ten behoeve van de mobiliteitsmaatregelen door het Rijk verleende bijdragen;
3°. indien een mobiliteitsmaatregel een mobiliteitshub behelst de bij oplevering verwachte netto-opbrengsten van de mobiliteitshub gelet op de voorziene exploitatiekosten en -inkomsten;
4°. het voorziene resterende financiële tekort per woningbouwlocatie;
5°. de bijdrage van decentrale overheden in het voorziene resterende financiële tekort per woningbouwlocatie;
6°. de gevraagde rijksbijdrage per woningbouwlocatie;
7°. het percentage van de gevraagde rijksbijdrage per woningbouwlocatie in het voorziene resterende financiële tekort per woningbouwlocatie;
1°. de kosten van de realisatie van de mobiliteitsmaatregel of mobiliteitsmaatregelen bij de woningbouwlocatie;
2°. de ten behoeve van de mobiliteitsmaatregelen op basis van het Besluit Woningbouwimpuls 2020 verleende specifieke uitkeringen en eventuele andere ten behoeve van de mobiliteitsmaatregelen door het Rijk verleende bijdragen;
3°. indien een mobiliteitsmaatregel een mobiliteitshub behelst de bij oplevering verwachte netto-opbrengsten van de mobiliteitshub gelet op de voorziene exploitatiekosten en -inkomsten;
4°. het voorziene resterende financiële tekort per woningbouwlocatie;
5°. de bijdrage van decentrale overheden in het voorziene resterende financiële tekort per woningbouwlocatie;
6°. de gevraagde rijksbijdrage per woningbouwlocatie;
7°. het percentage van de gevraagde rijksbijdrage per woningbouwlocatie in het voorziene resterende financiële tekort per woningbouwlocatie;
d. het totaal aantal te realiseren woningen en het aantal te realiseren betaalbare woningen op de woningbouwlocatie;
e. een tijdplanning van de realisatie van de woningen op de woningbouwlocatie en van de realisatie van de daarbij horende mobiliteitsmaatregelen; en
f. het bankrekeningnummer waarop het bedrag dient te worden gestort, inclusief een bewijs dat de bankrekening op naam van de aanvrager staat.
4. Een aanvraag kan tot uiterlijk twee maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling worden ingediend met gebruikmaking van een daartoe door de minister beschikbaar gesteld digitaal aanvraagformulier.