BWBR0049400
Geldig vanaf 2024-11-18
Artikel 10
Tijdelijke regeling specifieke uitkering mobiliteitspakketten ten behoeve van woningbouw
1. De minister verleent bij een besluit tot verlening van een specifieke uitkering een voorschot ter hoogte van het totaalbedrag van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel b.
2. Een voorschot als bedoeld in het eerste lid wordt met ingang van 2024 in jaarlijkse termijnen uitgekeerd, waarbij met uitzondering van de eerste termijn de jaarlijks termijnen € 25 miljoen bedragen totdat het volledige voorschot is uitgekeerd.
3. In het geval het voorschot als bedoeld in het eerste lid meer dan € 100 miljoen bedraagt, wordt, in afwijking van het tweede lid, het voorschot met ingang van 2024 in vijf jaarlijkse termijnen uitgekeerd, waarbij de eerste vier termijnen € 25 miljoen bedragen.
3. Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, en de termijnen, bedoeld in het tweede lid en derde lid, worden voor zover deze nog niet zijn uitgekeerd jaarlijks op 1 oktober geïndexeerd overeenkomstig de door de Minister van Financiën uitgekeerde Index Bruto Overheidsinvesteringen.
4. De minister kan de uitkering van het voorschot geheel of gedeeltelijk opschorten indien niet wordt voldaan aan de bij deze regeling of bij het besluit tot verlening van de specifieke uitkering gestelde verplichtingen.
2. Een voorschot als bedoeld in het eerste lid wordt met ingang van 2024 in jaarlijkse termijnen uitgekeerd, waarbij met uitzondering van de eerste termijn de jaarlijks termijnen € 25 miljoen bedragen totdat het volledige voorschot is uitgekeerd.
3. In het geval het voorschot als bedoeld in het eerste lid meer dan € 100 miljoen bedraagt, wordt, in afwijking van het tweede lid, het voorschot met ingang van 2024 in vijf jaarlijkse termijnen uitgekeerd, waarbij de eerste vier termijnen € 25 miljoen bedragen.
3. Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, en de termijnen, bedoeld in het tweede lid en derde lid, worden voor zover deze nog niet zijn uitgekeerd jaarlijks op 1 oktober geïndexeerd overeenkomstig de door de Minister van Financiën uitgekeerde Index Bruto Overheidsinvesteringen.
4. De minister kan de uitkering van het voorschot geheel of gedeeltelijk opschorten indien niet wordt voldaan aan de bij deze regeling of bij het besluit tot verlening van de specifieke uitkering gestelde verplichtingen.