BWBR0049080
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 5
Regeling tegemoetkoming herplaatsing flexwoningen 2024–2029
1. Voor een subsidie in de vorm van een garantie komt alleen een grondgebonden of een gestapelde flexwoning in aanmerking:
a. waarvoor het college van de gemeente waarin is beoogd de flexwoning te realiseren een besluit heeft genomen waarin is beslist dat zij 25% uitkeert van het vastgestelde subsidiebedrag indien aan de voorwaarden voor subsidievaststelling is voldaan;
b. die nieuw wordt geproduceerd; en
c. die aan de technische voorschriften voldoet, bedoeld in het tweede en het derde of vierde lid.
2. Een flexwoning dient op het moment van eerste plaatsing te voldoen aan de voorschriften van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
3. In aanvulling op het tweede lid dient een flexwoning die onder de categorie van tijdelijke bouwwerken uit het Besluit bouwwerken leefomgevingvalt aan de volgende aanvullende technische voorschriften te voldoen:
a. een flexwoning heeft een milieuprestatie van ten hoogste 0,65, bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken;
b. een flexwoning is bijna energiezuinig en voldoet aan de voorschriften uit artikelen 4.148 en 4.149 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, waarbij de flexwoning dient te worden aangemerkt als een ‘andere woonfunctie’;
c. een flexwoning heeft een waarde voor oververhitting en voldoet aan artikel 4.149b van het Besluit bouwwerken leefomgeving, waarbij de flexwoning dient te worden aangemerkt als een ‘niet in een woongebouw gelegen woonfunctie’;
d. een flexwoning is minimaal eenmaal verplaatsbaar binnen een termijn van 25 jaar; en
e. een flexwoning voldoet aan de standaardeisen zoals opgenomen in de Woonstandaard, versie 3.0 van juli 2023 voor Product Marktcombinatie 11, 12, 13 of 14.
4. In aanvulling op het tweede lid dient een flexwoning die onder de categorie van nieuwbouw uit het Besluit bouwwerken leefomgevingvalt aan de volgende aanvullende technische eisen te voldoen:
a. een flexwoning heeft een milieuprestatie van ten hoogste 0,5, bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken;
b. een flexwoning is minimaal tweemaal verplaatsbaar binnen een termijn van 50 jaar; en
c. een flexwoning voldoet minimaal aan de standaardeisen zoals opgenomen in de Woonstandaard, versie 3.0 van juli 2023 voor Product Marktcombinatie 11, 12, 13 of 14.
5. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, komt tevens een bestaande flexwoning in aanmerking, mits daarvoor niet eerder dan op 26 augustus 2022 een opdracht voor de productie ervan is verstrekt en de subsidieaanvraag voor deze flexwoning niet later dan op 31 januari 2024 is ingediend. Indien op het moment van plaatsing het Besluit bouwwerken leefomgevingniet in werking is getreden dient de flexwoning, in afwijking van het tweede lid, te voldoen aan de technische voorschriften zoals neergelegd in het Bouwbesluit 2012.
6. In afwijking van het tweede tot en met het vierde lid voldoet een flexwoning aan de technische voorschriften, indien door de investeerder een gelijkwaardig kwaliteitsniveau kan worden aangetoond.
a. waarvoor het college van de gemeente waarin is beoogd de flexwoning te realiseren een besluit heeft genomen waarin is beslist dat zij 25% uitkeert van het vastgestelde subsidiebedrag indien aan de voorwaarden voor subsidievaststelling is voldaan;
b. die nieuw wordt geproduceerd; en
c. die aan de technische voorschriften voldoet, bedoeld in het tweede en het derde of vierde lid.
2. Een flexwoning dient op het moment van eerste plaatsing te voldoen aan de voorschriften van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
3. In aanvulling op het tweede lid dient een flexwoning die onder de categorie van tijdelijke bouwwerken uit het Besluit bouwwerken leefomgevingvalt aan de volgende aanvullende technische voorschriften te voldoen:
a. een flexwoning heeft een milieuprestatie van ten hoogste 0,65, bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken;
b. een flexwoning is bijna energiezuinig en voldoet aan de voorschriften uit artikelen 4.148 en 4.149 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, waarbij de flexwoning dient te worden aangemerkt als een ‘andere woonfunctie’;
c. een flexwoning heeft een waarde voor oververhitting en voldoet aan artikel 4.149b van het Besluit bouwwerken leefomgeving, waarbij de flexwoning dient te worden aangemerkt als een ‘niet in een woongebouw gelegen woonfunctie’;
d. een flexwoning is minimaal eenmaal verplaatsbaar binnen een termijn van 25 jaar; en
e. een flexwoning voldoet aan de standaardeisen zoals opgenomen in de Woonstandaard, versie 3.0 van juli 2023 voor Product Marktcombinatie 11, 12, 13 of 14.
4. In aanvulling op het tweede lid dient een flexwoning die onder de categorie van nieuwbouw uit het Besluit bouwwerken leefomgevingvalt aan de volgende aanvullende technische eisen te voldoen:
a. een flexwoning heeft een milieuprestatie van ten hoogste 0,5, bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken;
b. een flexwoning is minimaal tweemaal verplaatsbaar binnen een termijn van 50 jaar; en
c. een flexwoning voldoet minimaal aan de standaardeisen zoals opgenomen in de Woonstandaard, versie 3.0 van juli 2023 voor Product Marktcombinatie 11, 12, 13 of 14.
5. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, komt tevens een bestaande flexwoning in aanmerking, mits daarvoor niet eerder dan op 26 augustus 2022 een opdracht voor de productie ervan is verstrekt en de subsidieaanvraag voor deze flexwoning niet later dan op 31 januari 2024 is ingediend. Indien op het moment van plaatsing het Besluit bouwwerken leefomgevingniet in werking is getreden dient de flexwoning, in afwijking van het tweede lid, te voldoen aan de technische voorschriften zoals neergelegd in het Bouwbesluit 2012.
6. In afwijking van het tweede tot en met het vierde lid voldoet een flexwoning aan de technische voorschriften, indien door de investeerder een gelijkwaardig kwaliteitsniveau kan worden aangetoond.