BWBR0049080
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 19
Regeling tegemoetkoming herplaatsing flexwoningen 2024–2029
1. De fictieve boekwaarde, bedoeld in artikel 18, eerste lid, wordt vastgesteld aan de hand van een lineaire afschrijving van de periode tussen de termijn, bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, en wordt gebaseerd op de bouwkosten van de flexwoning, vermeerderd met 21%.
2. Onder bouwkosten, bedoeld in het eerste lid, vallen:
a. de casco en bouwkosten, bedoeld in de Woonstandaard, versie 3.0 van juli 2023; en
b. de gebouwdelen, voor zover onderdeel van het project en mits redelijkerwijs mag worden aangenomen dat deze bij toekomstige verkoop met de flexwoning mee verkocht zullen worden, waaronder wordt verstaan: 1°. ontsluitingsgalerijen;
2°. trappenhuizen;
3°. installatieruimtes;
4°. inpandige fietsenstallingen;
5°. inpandige bergingen;
6°. omheiningen voor tuinen; en
7°. ruimtes voor sociaal beheer en leefbaarheid.
1°. ontsluitingsgalerijen;
2°. trappenhuizen;
3°. installatieruimtes;
4°. inpandige fietsenstallingen;
5°. inpandige bergingen;
6°. omheiningen voor tuinen; en
7°. ruimtes voor sociaal beheer en leefbaarheid.
3. Onder bouwkosten, bedoeld in het eerste lid, vallen niet:
a. kosten voor het bouw- en woonrijp maken van de flexwoning;
b. grondkosten;
c. stoffering en meubilair;
d. parkeerplaatsen;
e. aansluiting op nutsvoorzieningen;
f. een niet verplaatsbare fundering;
g. losse overige gebouwen bij de flexwoning, al dan niet demontabel, die niet individueel worden verhuurd of in gebruik genomen;
h. kosten die zien op de exploitatie van de flexwoning, inhoudende erfpacht, onderhoud, beheer, overdrachtsbelasting en herplaatsing; en
i. overige stichtingskosten, namelijk advies, ontwerp, leges en rente.
2. Onder bouwkosten, bedoeld in het eerste lid, vallen:
a. de casco en bouwkosten, bedoeld in de Woonstandaard, versie 3.0 van juli 2023; en
b. de gebouwdelen, voor zover onderdeel van het project en mits redelijkerwijs mag worden aangenomen dat deze bij toekomstige verkoop met de flexwoning mee verkocht zullen worden, waaronder wordt verstaan: 1°. ontsluitingsgalerijen;
2°. trappenhuizen;
3°. installatieruimtes;
4°. inpandige fietsenstallingen;
5°. inpandige bergingen;
6°. omheiningen voor tuinen; en
7°. ruimtes voor sociaal beheer en leefbaarheid.
1°. ontsluitingsgalerijen;
2°. trappenhuizen;
3°. installatieruimtes;
4°. inpandige fietsenstallingen;
5°. inpandige bergingen;
6°. omheiningen voor tuinen; en
7°. ruimtes voor sociaal beheer en leefbaarheid.
3. Onder bouwkosten, bedoeld in het eerste lid, vallen niet:
a. kosten voor het bouw- en woonrijp maken van de flexwoning;
b. grondkosten;
c. stoffering en meubilair;
d. parkeerplaatsen;
e. aansluiting op nutsvoorzieningen;
f. een niet verplaatsbare fundering;
g. losse overige gebouwen bij de flexwoning, al dan niet demontabel, die niet individueel worden verhuurd of in gebruik genomen;
h. kosten die zien op de exploitatie van de flexwoning, inhoudende erfpacht, onderhoud, beheer, overdrachtsbelasting en herplaatsing; en
i. overige stichtingskosten, namelijk advies, ontwerp, leges en rente.