BWBR0049080
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 3
Regeling tegemoetkoming herplaatsing flexwoningen 2024–2029
1. Ter compensatie van de DAEB flexwoningen wordt aan de investeerder een subsidie in de vorm van een garantie verleend, indien wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 5.
2. De investeerder maakt aanspraak op vaststelling van de subsidie, indien de flexwoning na de termijn, bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, niet op een nieuwe locatie kan worden geëxploiteerd of om andere redenen met verlies moet worden verkocht, mits wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 15.
3. De hoogte van de compensatie wordt berekend op de wijze, bedoeld in artikel 18.
4. De opdracht, bedoeld in artikel 2, tweede lid, heeft een werkingsduur van maximaal 25 jaar.
5. De compensatie bedraagt maximaal € 15 miljoen per investeerder per jaar.
6. Het vijfde lid is niet van toepassing op een toegelaten instelling.
7. De administratie, de jaarrekeningen en de jaarverslagen van de investeerder worden met inachtneming van artikel 25b, eerste lid, van de Mededingingswetingericht.
8. De investeerder administreert de netto kosten, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het Vrijstellingsbesluit DAEB, verbonden met de gerealiseerde investeringen op een zodanige wijze dat inzicht kan worden verkregen in de hoogte van deze kosten, zulks afgescheiden van de reguliere bedrijfsvoering, in relatie tot de subsidie.
2. De investeerder maakt aanspraak op vaststelling van de subsidie, indien de flexwoning na de termijn, bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, niet op een nieuwe locatie kan worden geëxploiteerd of om andere redenen met verlies moet worden verkocht, mits wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 15.
3. De hoogte van de compensatie wordt berekend op de wijze, bedoeld in artikel 18.
4. De opdracht, bedoeld in artikel 2, tweede lid, heeft een werkingsduur van maximaal 25 jaar.
5. De compensatie bedraagt maximaal € 15 miljoen per investeerder per jaar.
6. Het vijfde lid is niet van toepassing op een toegelaten instelling.
7. De administratie, de jaarrekeningen en de jaarverslagen van de investeerder worden met inachtneming van artikel 25b, eerste lid, van de Mededingingswetingericht.
8. De investeerder administreert de netto kosten, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het Vrijstellingsbesluit DAEB, verbonden met de gerealiseerde investeringen op een zodanige wijze dat inzicht kan worden verkregen in de hoogte van deze kosten, zulks afgescheiden van de reguliere bedrijfsvoering, in relatie tot de subsidie.