BWBR0049080
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 10
Regeling tegemoetkoming herplaatsing flexwoningen 2024–2029
1. Indien een subsidie wordt verleend, dient de investeerder:
a. binnen drie maanden, gerekend vanaf de dag na de verzenddatum van deze beschikking, een eigen bijdrage van € 1.000 per flexwoning aan de Minister te voldoen;
b. binnen 18 maanden, gerekend vanaf de dag na de verzenddatum van deze beschikking, het project op de locatie, zoals hierin vermeld, te hebben geplaatst en in exploitatie te hebben genomen; en
c. de Minister direct schriftelijk te informeren zodra het project is gerealiseerd, waarbij de volgende documenten worden aangeleverd: 1°. een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant ter onderbouwing van de bouwkosten van het gerealiseerde project, bedoeld in artikel 19 tweede lid;
2°. de omgevingsvergunning die betrekking heeft op het gerealiseerde project; en
3°. een bestuurdersverklaring of eigen verklaring.
1°. een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant ter onderbouwing van de bouwkosten van het gerealiseerde project, bedoeld in artikel 19 tweede lid;
2°. de omgevingsvergunning die betrekking heeft op het gerealiseerde project; en
3°. een bestuurdersverklaring of eigen verklaring.
2. De flexwoning dient gedurende de gehele periode waarvoor de subsidie is verleend:
a. als een sociale huurwoning te worden verhuurd aan de doelgroep, dan wel middels een gebruiksovereenkomst tijdelijk te worden ingezet voor de opvang van ontheemden;
b. als zelfstandige woonruimte te worden gebruikt;
c. conform NEN 2767 norm, met minimaal conditiescore 3, of de uitgangspunten Kwaliteit in Balans te zijn onderhouden; en
d. niet materieel te zijn gewijzigd, nadat hiervoor een subsidie is verleend, tenzij de investeerder na overleg met de Minister aantoont dat de wijziging een kwalitatieve verbetering van de flexwoning tot gevolg heeft gehad.
3. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, bedraagt de termijn maximaal 36 maanden, indien beroep is ingesteld tegen de voor het project benodigde omgevingsvergunning.
4. Onverminderd het tweede lid, dient de flexwoning gedurende de gehele periode waarvoor de subsidie is verleend te worden verhuurd overeenkomstig artikelen 47 tot en met 49 van de Woningwet, indien de subsidie wordt verleend aan een toegelaten instelling.
a. binnen drie maanden, gerekend vanaf de dag na de verzenddatum van deze beschikking, een eigen bijdrage van € 1.000 per flexwoning aan de Minister te voldoen;
b. binnen 18 maanden, gerekend vanaf de dag na de verzenddatum van deze beschikking, het project op de locatie, zoals hierin vermeld, te hebben geplaatst en in exploitatie te hebben genomen; en
c. de Minister direct schriftelijk te informeren zodra het project is gerealiseerd, waarbij de volgende documenten worden aangeleverd: 1°. een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant ter onderbouwing van de bouwkosten van het gerealiseerde project, bedoeld in artikel 19 tweede lid;
2°. de omgevingsvergunning die betrekking heeft op het gerealiseerde project; en
3°. een bestuurdersverklaring of eigen verklaring.
1°. een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant ter onderbouwing van de bouwkosten van het gerealiseerde project, bedoeld in artikel 19 tweede lid;
2°. de omgevingsvergunning die betrekking heeft op het gerealiseerde project; en
3°. een bestuurdersverklaring of eigen verklaring.
2. De flexwoning dient gedurende de gehele periode waarvoor de subsidie is verleend:
a. als een sociale huurwoning te worden verhuurd aan de doelgroep, dan wel middels een gebruiksovereenkomst tijdelijk te worden ingezet voor de opvang van ontheemden;
b. als zelfstandige woonruimte te worden gebruikt;
c. conform NEN 2767 norm, met minimaal conditiescore 3, of de uitgangspunten Kwaliteit in Balans te zijn onderhouden; en
d. niet materieel te zijn gewijzigd, nadat hiervoor een subsidie is verleend, tenzij de investeerder na overleg met de Minister aantoont dat de wijziging een kwalitatieve verbetering van de flexwoning tot gevolg heeft gehad.
3. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, bedraagt de termijn maximaal 36 maanden, indien beroep is ingesteld tegen de voor het project benodigde omgevingsvergunning.
4. Onverminderd het tweede lid, dient de flexwoning gedurende de gehele periode waarvoor de subsidie is verleend te worden verhuurd overeenkomstig artikelen 47 tot en met 49 van de Woningwet, indien de subsidie wordt verleend aan een toegelaten instelling.