BWBR0049052
Geldig vanaf 2023-12-16
Artikel 6
Subsidieregeling brugfunctionaris
1. Een bevoegd gezag, met uitzondering van een bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, kan per vestiging een aanvraag voor subsidie indienen. Een bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 kan per school een aanvraag voor subsidie indienen.
2. Een aanvraag kan worden ingediend van 8 januari 2024 tot en met 16 februari 2024. Aanvragen die op of na 17 februari 2024 worden ingediend, worden afgewezen.
3. De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op www.dus-i.nl. Het bevoegd gezag vult op het formulier de volgende gegevens in:
a. de gegevens van het bevoegd gezag;
b. de wijze waarop de personele uren, bedoeld in artikel 3, eerste lid, worden ingezet;
c. de activiteiten waar het bevoegd gezag op gaat inzetten om bij te dragen aan het doel van de brugfunctie, bedoeld in artikel 3, tweede lid;
d. de vragen en signalen waar de brugfunctie zich op zal richten;
e. de risico’s waar het bevoegd gezag rekening mee houdt bij de inzet van de brugfunctie;
f. indien het bevoegd gezag na 31 juli 2024 nog financiering ontvangt voor personele uren om een brugfunctie of een vergelijkbare rol op de desbetreffende school aan te bieden, een toelichting hoe de subsidie op grond van deze regeling aanvullend wordt ingezet ten opzichte van de bestaande financiering; en
g. een verklaring waaruit blijkt dat overleg heeft plaatsgevonden of gaat plaatsvinden met betrokken gemeenten en samenwerkingsverbanden over de subsidieaanvraag en de inzet van de brugfunctie.
2. Een aanvraag kan worden ingediend van 8 januari 2024 tot en met 16 februari 2024. Aanvragen die op of na 17 februari 2024 worden ingediend, worden afgewezen.
3. De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op www.dus-i.nl. Het bevoegd gezag vult op het formulier de volgende gegevens in:
a. de gegevens van het bevoegd gezag;
b. de wijze waarop de personele uren, bedoeld in artikel 3, eerste lid, worden ingezet;
c. de activiteiten waar het bevoegd gezag op gaat inzetten om bij te dragen aan het doel van de brugfunctie, bedoeld in artikel 3, tweede lid;
d. de vragen en signalen waar de brugfunctie zich op zal richten;
e. de risico’s waar het bevoegd gezag rekening mee houdt bij de inzet van de brugfunctie;
f. indien het bevoegd gezag na 31 juli 2024 nog financiering ontvangt voor personele uren om een brugfunctie of een vergelijkbare rol op de desbetreffende school aan te bieden, een toelichting hoe de subsidie op grond van deze regeling aanvullend wordt ingezet ten opzichte van de bestaande financiering; en
g. een verklaring waaruit blijkt dat overleg heeft plaatsgevonden of gaat plaatsvinden met betrokken gemeenten en samenwerkingsverbanden over de subsidieaanvraag en de inzet van de brugfunctie.