BWBR0049052
Geldig vanaf 2023-12-16
Artikel 3
Subsidieregeling brugfunctionaris
1. De minister kan voor de periode van de schooljaren 2024–2025, 2025–2026 en 2026–2027 aan een bevoegd gezag subsidie verstrekken voor het inzetten van personele uren om een brugfunctie vanuit de school aan te bieden.
2. Het doel van de brugfunctie is het laagdrempelig bereikbaar zijn voor ouders en leerlingen om vragen en zorgen op te pakken die niet direct onderwijs gerelateerd zijn, zodat deze in de thuissituatie zoveel mogelijk preventief worden aangepakt en het personeel in het schoolteam zich op hun kerntaak kan richten en leerlingen beter tot ontwikkeling en leren kunnen komen.
3. Tot de activiteiten om bij te dragen aan het doel, bedoeld in het tweede lid kunnen behoren:
a. het laagdrempelig en zo veel mogelijk preventief ondersteunen en versterken van ouders en leerlingen bij vragen en signalen die niet direct onderwijs gerelateerd zijn;
b. het toeleiden van ouders en leerlingen naar andere instanties en professionals;
c. het vergroten van betrokkenheid van ouders bij school;
d. het samenwerken met en versterken van leraren en andere medewerkers van het schoolteam bij vragen en signalen die niet direct onderwijs gerelateerd zijn;
e. het verbeteren van de verbinding en de samenwerking tussen de school en andere instanties en professionals; en
f. het delen van kennis en expertise met de leraren, onderwijsondersteunend personeel en directeur op een school over het eigen vakgebied.
2. Het doel van de brugfunctie is het laagdrempelig bereikbaar zijn voor ouders en leerlingen om vragen en zorgen op te pakken die niet direct onderwijs gerelateerd zijn, zodat deze in de thuissituatie zoveel mogelijk preventief worden aangepakt en het personeel in het schoolteam zich op hun kerntaak kan richten en leerlingen beter tot ontwikkeling en leren kunnen komen.
3. Tot de activiteiten om bij te dragen aan het doel, bedoeld in het tweede lid kunnen behoren:
a. het laagdrempelig en zo veel mogelijk preventief ondersteunen en versterken van ouders en leerlingen bij vragen en signalen die niet direct onderwijs gerelateerd zijn;
b. het toeleiden van ouders en leerlingen naar andere instanties en professionals;
c. het vergroten van betrokkenheid van ouders bij school;
d. het samenwerken met en versterken van leraren en andere medewerkers van het schoolteam bij vragen en signalen die niet direct onderwijs gerelateerd zijn;
e. het verbeteren van de verbinding en de samenwerking tussen de school en andere instanties en professionals; en
f. het delen van kennis en expertise met de leraren, onderwijsondersteunend personeel en directeur op een school over het eigen vakgebied.