BWBR0048724
Geldig vanaf 2024-11-18
Artikel 10
Regeling specifieke uitkering woningbouw op korte termijn door bovenplanse infrastructuur
1. De minister verleent bij een besluit tot verlening van een specifieke uitkering een voorschot ter hoogte van het totaalbedrag van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel b.
2. Een voorschot als bedoeld in het eerste lid wordt uitgekeerd overeenkomstig de in het besluit tot verlening van de specifieke uitkering bepaalde termijnen.
3. Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, en de termijnen, bedoeld in het tweede lid, worden voor zover deze nog niet zijn uitgekeerd jaarlijks op 1 oktober geïndexeerd overeenkomstig de door de Minister van Financiën uitgekeerde Index Bruto Overheidsinvesteringen. Artikel 8, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. De minister kan de uitkering van het voorschot opschorten indien niet wordt voldaan aan de bij deze regeling of bij het besluit tot verlening van de specifieke uitkering gestelde verplichtingen.
2. Een voorschot als bedoeld in het eerste lid wordt uitgekeerd overeenkomstig de in het besluit tot verlening van de specifieke uitkering bepaalde termijnen.
3. Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, en de termijnen, bedoeld in het tweede lid, worden voor zover deze nog niet zijn uitgekeerd jaarlijks op 1 oktober geïndexeerd overeenkomstig de door de Minister van Financiën uitgekeerde Index Bruto Overheidsinvesteringen. Artikel 8, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. De minister kan de uitkering van het voorschot opschorten indien niet wordt voldaan aan de bij deze regeling of bij het besluit tot verlening van de specifieke uitkering gestelde verplichtingen.