BWBR0048658
Geldig vanaf 2023-09-29
Artikel 9
Regeling gevelisolatie Schiphol 2023
1. De minister stelt de eigenaren van de woningen die op basis van het onderzoek in overeenstemming moeten worden gebracht met:
a. de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, bedoelde geluidweringsvoorschriften;
b. de in artikel 3, derde lid, bedoelde aanschrijvingen;
c. de in artikel 4, eerste lid, bedoelde technische voorschriften van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
d. de in artikel 4, derde lid, bedoelde opheffing van gebreken en van achterstallig onderhoud,
hiervan zo snel mogelijk na ontvangst van de resultaten, bedoeld in artikel 8, derde lid, schriftelijk op de hoogte. Aan hen wordt verzocht binnen drie weken na ontvangst van deze mededeling, schriftelijk te verklaren dat zij zich verplichten, om binnen een door de minister gestelde redelijke termijn de onder a tot en met d bedoelde werkzaamheden uit te voeren voorafgaand aan het aanbrengen van de geluidwerende maatregelen, tenzij toepassing wordt gevraagd van artikel 3, tweede lid, of van artikel 4, vierde lid.
2. De eigenaren van de woningen die op basis van het onderzoek voor het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende maatregelen in aanmerking komen, ontvangen zo snel mogelijk na het afronden van het onderzoek een aanbod met betrekking tot de aan te brengen geluidwerende maatregelen, alsmede, indien toepassing wordt gevraagd van artikel 3, tweede lid, of van artikel 4, vierde lid, een voorstel voor een overeenkomst met betrekking tot de in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, bedoelde werkzaamheden.
3. Het aanbod kan op verzoek van de eigenaar betrekking hebben op een kleiner aantal geluidgevoelige ruimten dan bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel a. Indien de eigenaar het verschil in kosten als bedoeld in artikel 5voor zijn rekening neemt, wordt bij het aanbod tevens een voorstel voor een overeenkomst bijgevoegd.
4. Indien een situatie als bedoeld in artikel 5aan de orde is, kan het aanbod betrekking hebben op geluidwerende maatregelen waarmee een lagere waarde van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie ter bescherming van de geluidgevoelige ruimte wordt bereikt dan bedoeld in artikel 10, eerste lid.
5. Indien van toepassing wordt, na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde verklaring, het in het tweede lid bedoelde aanbod gedaan onder de voorwaarde dat de in het eerste lid, onder a tot en met d, bedoelde werkzaamheden binnen een door de minister gestelde redelijke termijn zijn uitgevoerd.
6. De eigenaren van de woningen, die op basis van het onderzoek niet in aanmerking komen voor het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende maatregelen, worden van dat besluit schriftelijk op de hoogte gesteld.
7. Aan de in het tweede lid bedoelde eigenaren wordt verzocht binnen drie weken na ontvangst van het aanbod en, indien van toepassing, de overeenkomst, door middel van ondertekening schriftelijk te verklaren dat:
a. zij voor alle geluidgevoelige ruimten waar het aanbod betrekking op heeft, instemmen met de voorgestelde geluidwerende maatregelen en toestemming geven tot het aanbrengen van de voorgestelde geluidwerende maatregelen;
b. zij zich verbinden tot het uitvoeren van de in het eerste lid, onder a tot en met d, bedoelde werkzaamheden;
c. zij zich verbinden tot het nakomen van de uit artikel 8, derde lid, aanhef en onder d, volgende betalingsverplichtingen;
d. zij de bij het aanbrengen van de geluidwerende maatregelen verwijderde onderdelen prijsgeven;
e. zij zich, indien van toepassing, verbinden tot het betalen van de in artikel 5 bedoelde kosten.
8. Na ondertekening van het aanbod en, indien van toepassing, van de overeenkomst, bedoeld in het tweede lid, besluit de minister omtrent de geluidwerende maatregelen en wordt de desbetreffende eigenaren hiervan schriftelijk mededeling gedaan en schriftelijk medegedeeld wanneer de geluidwerende maatregelen naar verwachting zullen worden aangebracht.
9. In geval de ondertekening van het aanbod en, indien van toepassing, van de overeenkomst, niet binnen de in het zevende lid genoemde termijn heeft plaatsgevonden, besluit de minister dat dat geen geluidwerende maatregelen worden aangebracht, tenzij deze schriftelijke toestemming binnen twee weken alsnog wordt verleend, en wordt dit schriftelijk aan de desbetreffende eigenaren medegedeeld.
10. Indien een eigenaar geen toestemming heeft verleend voor het onderzoek, bedoeld in artikel 8of niet instemt met het aanbod bedoeld in artikel 9, vervalt de verplichting tot het treffen van geluidwerende maatregelen op grond van deze regeling.
11. De minister laat het in het tiende lid bedoelde vervallen van de verplichting tot het treffen van geluidwerende maatregelen zo spoedig mogelijk inschrijven in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2, titel 1, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 24, eerste lid, van Boek 3 van dat wetboekis niet van toepassing.
a. de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, bedoelde geluidweringsvoorschriften;
b. de in artikel 3, derde lid, bedoelde aanschrijvingen;
c. de in artikel 4, eerste lid, bedoelde technische voorschriften van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
d. de in artikel 4, derde lid, bedoelde opheffing van gebreken en van achterstallig onderhoud,
hiervan zo snel mogelijk na ontvangst van de resultaten, bedoeld in artikel 8, derde lid, schriftelijk op de hoogte. Aan hen wordt verzocht binnen drie weken na ontvangst van deze mededeling, schriftelijk te verklaren dat zij zich verplichten, om binnen een door de minister gestelde redelijke termijn de onder a tot en met d bedoelde werkzaamheden uit te voeren voorafgaand aan het aanbrengen van de geluidwerende maatregelen, tenzij toepassing wordt gevraagd van artikel 3, tweede lid, of van artikel 4, vierde lid.
2. De eigenaren van de woningen die op basis van het onderzoek voor het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende maatregelen in aanmerking komen, ontvangen zo snel mogelijk na het afronden van het onderzoek een aanbod met betrekking tot de aan te brengen geluidwerende maatregelen, alsmede, indien toepassing wordt gevraagd van artikel 3, tweede lid, of van artikel 4, vierde lid, een voorstel voor een overeenkomst met betrekking tot de in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, bedoelde werkzaamheden.
3. Het aanbod kan op verzoek van de eigenaar betrekking hebben op een kleiner aantal geluidgevoelige ruimten dan bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel a. Indien de eigenaar het verschil in kosten als bedoeld in artikel 5voor zijn rekening neemt, wordt bij het aanbod tevens een voorstel voor een overeenkomst bijgevoegd.
4. Indien een situatie als bedoeld in artikel 5aan de orde is, kan het aanbod betrekking hebben op geluidwerende maatregelen waarmee een lagere waarde van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie ter bescherming van de geluidgevoelige ruimte wordt bereikt dan bedoeld in artikel 10, eerste lid.
5. Indien van toepassing wordt, na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde verklaring, het in het tweede lid bedoelde aanbod gedaan onder de voorwaarde dat de in het eerste lid, onder a tot en met d, bedoelde werkzaamheden binnen een door de minister gestelde redelijke termijn zijn uitgevoerd.
6. De eigenaren van de woningen, die op basis van het onderzoek niet in aanmerking komen voor het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende maatregelen, worden van dat besluit schriftelijk op de hoogte gesteld.
7. Aan de in het tweede lid bedoelde eigenaren wordt verzocht binnen drie weken na ontvangst van het aanbod en, indien van toepassing, de overeenkomst, door middel van ondertekening schriftelijk te verklaren dat:
a. zij voor alle geluidgevoelige ruimten waar het aanbod betrekking op heeft, instemmen met de voorgestelde geluidwerende maatregelen en toestemming geven tot het aanbrengen van de voorgestelde geluidwerende maatregelen;
b. zij zich verbinden tot het uitvoeren van de in het eerste lid, onder a tot en met d, bedoelde werkzaamheden;
c. zij zich verbinden tot het nakomen van de uit artikel 8, derde lid, aanhef en onder d, volgende betalingsverplichtingen;
d. zij de bij het aanbrengen van de geluidwerende maatregelen verwijderde onderdelen prijsgeven;
e. zij zich, indien van toepassing, verbinden tot het betalen van de in artikel 5 bedoelde kosten.
8. Na ondertekening van het aanbod en, indien van toepassing, van de overeenkomst, bedoeld in het tweede lid, besluit de minister omtrent de geluidwerende maatregelen en wordt de desbetreffende eigenaren hiervan schriftelijk mededeling gedaan en schriftelijk medegedeeld wanneer de geluidwerende maatregelen naar verwachting zullen worden aangebracht.
9. In geval de ondertekening van het aanbod en, indien van toepassing, van de overeenkomst, niet binnen de in het zevende lid genoemde termijn heeft plaatsgevonden, besluit de minister dat dat geen geluidwerende maatregelen worden aangebracht, tenzij deze schriftelijke toestemming binnen twee weken alsnog wordt verleend, en wordt dit schriftelijk aan de desbetreffende eigenaren medegedeeld.
10. Indien een eigenaar geen toestemming heeft verleend voor het onderzoek, bedoeld in artikel 8of niet instemt met het aanbod bedoeld in artikel 9, vervalt de verplichting tot het treffen van geluidwerende maatregelen op grond van deze regeling.
11. De minister laat het in het tiende lid bedoelde vervallen van de verplichting tot het treffen van geluidwerende maatregelen zo spoedig mogelijk inschrijven in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2, titel 1, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 24, eerste lid, van Boek 3 van dat wetboekis niet van toepassing.