BWBR0048658
Geldig vanaf 2023-09-29
Artikel 10
Regeling gevelisolatie Schiphol 2023
1. Geluidwerende maatregelen die worden aangebracht ingevolge artikel 2, eerste lid, moeten een zodanige kwaliteit bezitten dat de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van een geluidgevoelige ruimte een zodanige volgens NEN 5077 bepaalde geluidwering heeft, dat de waarde ten minste gelijk is aan de rekenbelasting op de uitwendige scheidingsconstructie verminderd met 33 dB. Daarbij wordt voor de rekenbelasting uitgegaan van de geluidbelasting op de uitwendige scheidingsconstructie, zoals opgenomen in bijlage 1, vermeerderd met 5 dB.
2. De waarde van de geluidwering bedraagt ongeacht het bepaalde in het eerste lid ten hoogste 40 dB.
3. De krachtens het eerste lid aan te brengen geluidwerende maatregelen worden bepaald volgens artikel 4 van bijlage 2bij deze regeling. In afwijking van de eerste volzin, kunnen ten aanzien van een woonblok om redenen van architectonische waarde of eenvormig aanzicht identieke geluidwerende maatregelen worden aangebracht. Bij toepassing van de tweede volzin worden aan de bedoelde woningen de geluidwerende maatregelen aangebracht die voor de woning met de hoogste geluidsbelasting zijn vastgesteld.
4. Indien sprake is van een aanbod als bedoeld in artikel 9, derde lid, is het eerste lid alleen van toepassing op die geluidgevoelige ruimten ten behoeve waarvan geluidwerende maatregelen worden aangebracht.
2. De waarde van de geluidwering bedraagt ongeacht het bepaalde in het eerste lid ten hoogste 40 dB.
3. De krachtens het eerste lid aan te brengen geluidwerende maatregelen worden bepaald volgens artikel 4 van bijlage 2bij deze regeling. In afwijking van de eerste volzin, kunnen ten aanzien van een woonblok om redenen van architectonische waarde of eenvormig aanzicht identieke geluidwerende maatregelen worden aangebracht. Bij toepassing van de tweede volzin worden aan de bedoelde woningen de geluidwerende maatregelen aangebracht die voor de woning met de hoogste geluidsbelasting zijn vastgesteld.
4. Indien sprake is van een aanbod als bedoeld in artikel 9, derde lid, is het eerste lid alleen van toepassing op die geluidgevoelige ruimten ten behoeve waarvan geluidwerende maatregelen worden aangebracht.