BWBR0048658
Geldig vanaf 2023-09-29
Artikel 12
Regeling gevelisolatie Schiphol 2023
1. Geluidwerende maatregelen worden aangebracht onder verantwoordelijkheid van de minister.
2. De minister is belast met het toezicht op de uitvoering van het bepaalde in het eerste lid.
3. De te bereiken geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie als bedoeld in artikel 10, eerste lid, wordt bij ten minste één op de twintig woningen, waaraan geluidwerende maatregelen krachtens deze regeling zijn aangebracht, door de minister door middel van meting gecontroleerd, volgens de in artikel 3 van bijlage 2 bij deze regelingbedoelde meetmethode. De minister voert de meting uit tussen de gereedmelding en de oplevering van de woning.
4. Indien het resultaat van een meting als bedoeld in het derde lid een waarde oplevert die niet meer dan 2 dB lager is dan de vereiste waarde van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van de geluidgevoelige ruimte, wordt de waarde van de geluidwering geacht gelijk te zijn aan de vereiste waarde. Indien het resultaat van de meting een waarde oplevert die meer dan 2 dB lager is, draagt de minister ervoor zorg dat alsnog wordt voldaan aan artikel 10, eerste lid.
2. De minister is belast met het toezicht op de uitvoering van het bepaalde in het eerste lid.
3. De te bereiken geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie als bedoeld in artikel 10, eerste lid, wordt bij ten minste één op de twintig woningen, waaraan geluidwerende maatregelen krachtens deze regeling zijn aangebracht, door de minister door middel van meting gecontroleerd, volgens de in artikel 3 van bijlage 2 bij deze regelingbedoelde meetmethode. De minister voert de meting uit tussen de gereedmelding en de oplevering van de woning.
4. Indien het resultaat van een meting als bedoeld in het derde lid een waarde oplevert die niet meer dan 2 dB lager is dan de vereiste waarde van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van de geluidgevoelige ruimte, wordt de waarde van de geluidwering geacht gelijk te zijn aan de vereiste waarde. Indien het resultaat van de meting een waarde oplevert die meer dan 2 dB lager is, draagt de minister ervoor zorg dat alsnog wordt voldaan aan artikel 10, eerste lid.