BWBR0048597
Geldig vanaf 2023-09-05
Artikel 6
Subsidieregeling Onderwijsregio’s
1. De subsidie die op grond van dit hoofdstuk kan worden aangevraagd en verstrekt aan een onderwijsregio bestaat uit:
a. een subsidiebedrag voor de ontwikkeling en totstandkoming van een onderwijsregio en de uitvoering van het plan van aanpak, waarbij de maximale hoogte van het aan te vragen en te verstrekken bedrag is opgenomen in bijlage 1 van deze regeling;
b. voor een sectoroverstijgende onderwijsregio bestaat het maximale subsidiebedrag uit de som van de uit het eerste lid, onderdeel a voortvloeiende maximale subsidiebedragen voor de afzonderlijke sectoren.
c. een bedrag van € 75.000, indien sprake is van een aanvraag voor een sectoroverstijgende onderwijsregio die bestaat uit twee sectoren en een bedrag van € 150.000 indien sprake is van een aanvraag voor een sectoroverstijgende onderwijsregio die bestaat uit drie sectoren;
d. een bedrag van € 955 per student en zij-instromer voor de begeleiding van studenten en zij-instromers die hun opleiding op de werkplek volgen en de inrichting en instandhouding van een opleidingsinfrastructuur voor een opleidingsschool of aspirant-opleidingsschool; en
e. indien in het plan van aanpak het oprichten van een invalpool is opgenomen, een subsidiebedrag van € 100.000.
2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, wordt vermenigvuldigd met het aantal studenten en zij-instromers dat in schooljaar 2022–2023 is opgeleid op de vestigingen van de opleidingsscholen en aspirant-opleidingsscholen binnen de desbetreffende onderwijsregio.
3. In afwijking van het tweede lid wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, voor een aspirant-opleidingsschool die in 2022 is gestart als aspirant-opleidingsschool vermenigvuldigd met het aantal studenten en zij-instromers dat in het schooljaar 2023–2024 is opgeleid op de vestigingen van de aspirant-opleidingsschool binnen de desbetreffende onderwijsregio.
4. Voor een aspirant-opleidingsschool die in 2022 is gestart als aspirant-opleidingsschool wordt in afwijking van het eerste lid, onderdeel d, voor het jaar 2024 vijf twaalfde deel van het in dat onderdeel bedoelde bedrag per student en zij-instromer toegekend.
5. Indien een of meerdere mbo-instellingen deelnemen aan een sectoroverstijgende onderwijsregio en het aantal mbo-studenten lager is dan 15.000, dan wordt, in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, en bijlage 1, voor de sector mbo een bedrag van € 115.000 in aanmerking genomen.
6. Indien het bedrag, bedoeld in artikel 4ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen op grond van dit hoofdstuk te kunnen toewijzen, worden de subsidiebedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, per aanvraag evenredig naar beneden bijgesteld.
a. een subsidiebedrag voor de ontwikkeling en totstandkoming van een onderwijsregio en de uitvoering van het plan van aanpak, waarbij de maximale hoogte van het aan te vragen en te verstrekken bedrag is opgenomen in bijlage 1 van deze regeling;
b. voor een sectoroverstijgende onderwijsregio bestaat het maximale subsidiebedrag uit de som van de uit het eerste lid, onderdeel a voortvloeiende maximale subsidiebedragen voor de afzonderlijke sectoren.
c. een bedrag van € 75.000, indien sprake is van een aanvraag voor een sectoroverstijgende onderwijsregio die bestaat uit twee sectoren en een bedrag van € 150.000 indien sprake is van een aanvraag voor een sectoroverstijgende onderwijsregio die bestaat uit drie sectoren;
d. een bedrag van € 955 per student en zij-instromer voor de begeleiding van studenten en zij-instromers die hun opleiding op de werkplek volgen en de inrichting en instandhouding van een opleidingsinfrastructuur voor een opleidingsschool of aspirant-opleidingsschool; en
e. indien in het plan van aanpak het oprichten van een invalpool is opgenomen, een subsidiebedrag van € 100.000.
2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, wordt vermenigvuldigd met het aantal studenten en zij-instromers dat in schooljaar 2022–2023 is opgeleid op de vestigingen van de opleidingsscholen en aspirant-opleidingsscholen binnen de desbetreffende onderwijsregio.
3. In afwijking van het tweede lid wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, voor een aspirant-opleidingsschool die in 2022 is gestart als aspirant-opleidingsschool vermenigvuldigd met het aantal studenten en zij-instromers dat in het schooljaar 2023–2024 is opgeleid op de vestigingen van de aspirant-opleidingsschool binnen de desbetreffende onderwijsregio.
4. Voor een aspirant-opleidingsschool die in 2022 is gestart als aspirant-opleidingsschool wordt in afwijking van het eerste lid, onderdeel d, voor het jaar 2024 vijf twaalfde deel van het in dat onderdeel bedoelde bedrag per student en zij-instromer toegekend.
5. Indien een of meerdere mbo-instellingen deelnemen aan een sectoroverstijgende onderwijsregio en het aantal mbo-studenten lager is dan 15.000, dan wordt, in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, en bijlage 1, voor de sector mbo een bedrag van € 115.000 in aanmerking genomen.
6. Indien het bedrag, bedoeld in artikel 4ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen op grond van dit hoofdstuk te kunnen toewijzen, worden de subsidiebedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, per aanvraag evenredig naar beneden bijgesteld.