BWBR0048597
Geldig vanaf 2023-09-05
Artikel 20
Subsidieregeling Onderwijsregio’s
1. De subsidie die op grond van dit hoofdstuk kan worden toegekend aan een opleidingsschool of aspirant-opleidingsschool bestaat uit:
a. een vast subsidiebedrag van € 100.000 voor de ontwikkeling en instandhouding van de basisinfrastructuur; en
b. een subsidiebedrag van € 955 per student en zij-instromer voor de begeleiding van studenten en zij-instromers die hun opleiding op de werkplek volgen en de inrichting en instandhouding van een opleidingsinfrastructuur voor een opleidingsschool; en
2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt berekend door het aantal studenten en zij-instromers dat in schooljaar 2022–2023 is opgeleid op de vestigingen van de opleidingsschool of aspirant-opleidingsschool te vermenigvuldigen met € 955.
3. In afwijking van het tweede lid wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voor een aspirant-opleidingsschool die in 2022 is gestart als aspirant-opleidingsschool vermenigvuldigd met het aantal studenten en zij-instromers dat in het schooljaar 2023–2024 is opgeleid op de vestigingen van de aspirant-opleidingsschool binnen de desbetreffende onderwijsregio.
4. De aspirant-opleidingsschool die in 2022 is gestart als aspirant-opleidingsschool komt slechts in aanmerking voor vijf twaalfde deel van het subsidiebedrag, bedoeld in het eerste en tweede lid, voor het jaar 2024.
5. Indien in de aanvraag om subsidie op grond van dit hoofdstuk een aantal vestigingen niet meer deelneemt aan de opleidingsschool of aspirant-opleidingsschool en het aantal studenten en zij-instromers tussen de 30 en 60 is in het schooljaar 2022–2023, dan wordt het maximale subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, € 60.000.
6. Indien in de aanvraag om subsidie op grond van dit hoofdstuk een aantal vestigingen niet meer deelneemt aan de opleidingsschool of aspirant-opleidingsschool en het aantal studenten en zij-instromers lager is dan 30 in schooljaar 2022–2023, dan vervalt het subsidiebedrag in het eerste lid, onderdeel a.
6. Indien het bedrag, bedoeld in artikel 4, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen op grond van dit hoofdstuk te kunnen toewijzen, ontvangt een opleidingsschool of aspirant-opleidingsschool eerst het subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. Vervolgens verdeelt de minister het resterende bedrag voor het subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, evenredig over de ingediende aanvragen, zodanig dat elke opleidingsschool of aspirant-opleidingsschool een gelijk bedrag ontvangt, met uitzondering van de opleidingsscholen en aspirant-opleidingsscholen, bedoeld in het vierde lid.
a. een vast subsidiebedrag van € 100.000 voor de ontwikkeling en instandhouding van de basisinfrastructuur; en
b. een subsidiebedrag van € 955 per student en zij-instromer voor de begeleiding van studenten en zij-instromers die hun opleiding op de werkplek volgen en de inrichting en instandhouding van een opleidingsinfrastructuur voor een opleidingsschool; en
2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt berekend door het aantal studenten en zij-instromers dat in schooljaar 2022–2023 is opgeleid op de vestigingen van de opleidingsschool of aspirant-opleidingsschool te vermenigvuldigen met € 955.
3. In afwijking van het tweede lid wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voor een aspirant-opleidingsschool die in 2022 is gestart als aspirant-opleidingsschool vermenigvuldigd met het aantal studenten en zij-instromers dat in het schooljaar 2023–2024 is opgeleid op de vestigingen van de aspirant-opleidingsschool binnen de desbetreffende onderwijsregio.
4. De aspirant-opleidingsschool die in 2022 is gestart als aspirant-opleidingsschool komt slechts in aanmerking voor vijf twaalfde deel van het subsidiebedrag, bedoeld in het eerste en tweede lid, voor het jaar 2024.
5. Indien in de aanvraag om subsidie op grond van dit hoofdstuk een aantal vestigingen niet meer deelneemt aan de opleidingsschool of aspirant-opleidingsschool en het aantal studenten en zij-instromers tussen de 30 en 60 is in het schooljaar 2022–2023, dan wordt het maximale subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, € 60.000.
6. Indien in de aanvraag om subsidie op grond van dit hoofdstuk een aantal vestigingen niet meer deelneemt aan de opleidingsschool of aspirant-opleidingsschool en het aantal studenten en zij-instromers lager is dan 30 in schooljaar 2022–2023, dan vervalt het subsidiebedrag in het eerste lid, onderdeel a.
6. Indien het bedrag, bedoeld in artikel 4, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen op grond van dit hoofdstuk te kunnen toewijzen, ontvangt een opleidingsschool of aspirant-opleidingsschool eerst het subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. Vervolgens verdeelt de minister het resterende bedrag voor het subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, evenredig over de ingediende aanvragen, zodanig dat elke opleidingsschool of aspirant-opleidingsschool een gelijk bedrag ontvangt, met uitzondering van de opleidingsscholen en aspirant-opleidingsscholen, bedoeld in het vierde lid.