BWBR0048597
Geldig vanaf 2023-09-05
Artikel 13
Subsidieregeling Onderwijsregio’s
1. De subsidie die op grond van dit hoofdstuk kan worden aangevraagd en verstrekt, bedraagt per RAP-regio ten hoogste het bedrag dat is opgenomen in de in bijlage 2bij deze regeling opgenomen tabel.
2. Indien in de aanvraag om subsidie op grond van dit hoofdstuk geen instelling voor middelbaar beroepsonderwijs meer deelneemt aan de RAP-regio, dan wordt het maximale subsidiebedrag verlaagd met 23 procent.
3. Indien in de aanvraag om subsidie op grond van dit hoofdstuk een aantal schoolbesturen en vestigingen niet meer deelneemt aan de RAP-regio en de personeelsomvang van de resterende deelnemende vestigingen tussen 400 en 800 fte voor een RAP-regio in het primair onderwijs is, of tussen 600 en 1.200 fte voor een RAP-regio in het voortgezet onderwijs, dan bedraagt het maximale subsidiebedrag voor een RAP-regio in het primair onderwijs en een RAP-regio in het voortgezet onderwijs € 115.500 en voor een RAP-regio voor zowel voortgezet onderwijs als middelbaar beroepsonderwijs € 150.150.
4. Indien in de aanvraag om subsidie op grond van dit hoofdstuk een aantal schoolbesturen niet meer deelneemt aan de RAP-regio en de personeelsomvang van de resterende deelnemende vestigingen lager is dan 400 fte voor een RAP-regio primair onderwijs of lager is dan 600 fte voor een RAP-regio voortgezet onderwijs, dan is het niet mogelijk om subsidie aan te vragen.
5. Indien het bedrag, bedoeld in artikel 4, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen op grond van dit hoofdstuk te kunnen toewijzen, worden de subsidiebedragen naar rato naar beneden vastgesteld.
2. Indien in de aanvraag om subsidie op grond van dit hoofdstuk geen instelling voor middelbaar beroepsonderwijs meer deelneemt aan de RAP-regio, dan wordt het maximale subsidiebedrag verlaagd met 23 procent.
3. Indien in de aanvraag om subsidie op grond van dit hoofdstuk een aantal schoolbesturen en vestigingen niet meer deelneemt aan de RAP-regio en de personeelsomvang van de resterende deelnemende vestigingen tussen 400 en 800 fte voor een RAP-regio in het primair onderwijs is, of tussen 600 en 1.200 fte voor een RAP-regio in het voortgezet onderwijs, dan bedraagt het maximale subsidiebedrag voor een RAP-regio in het primair onderwijs en een RAP-regio in het voortgezet onderwijs € 115.500 en voor een RAP-regio voor zowel voortgezet onderwijs als middelbaar beroepsonderwijs € 150.150.
4. Indien in de aanvraag om subsidie op grond van dit hoofdstuk een aantal schoolbesturen niet meer deelneemt aan de RAP-regio en de personeelsomvang van de resterende deelnemende vestigingen lager is dan 400 fte voor een RAP-regio primair onderwijs of lager is dan 600 fte voor een RAP-regio voortgezet onderwijs, dan is het niet mogelijk om subsidie aan te vragen.
5. Indien het bedrag, bedoeld in artikel 4, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen op grond van dit hoofdstuk te kunnen toewijzen, worden de subsidiebedragen naar rato naar beneden vastgesteld.