BWBR0048593
Geldig vanaf 2023-09-02
Artikel 7.5
Mandaatbesluit BZK 2023
1. Het mandaat van de directeur is niet van toepassing op:
a. personele aangelegenheden ten aanzien van rechtstreeks onder de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, het diensthoofd of de algemeen directeur ressorterende functionarissen;
b. het namens de Staat aangaan, wijzigen en beëindigen van een arbeidsovereenkomst met een ambtenaar;
c. het verlenen van een jubileumuitkering;
d. het opleggen van een straf;
e. het schorsen van een ambtenaar in zijn ambt;
f. het aanwijzen van een ambtenaar als VWNW-kandidaat;
g. het vaststellen van beleidsregels en circulaires ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van het diensthoofd, tenzij deze bevoegdheid in hogere regelgeving aan de desbetreffende functionaris is toegekend;
h. het beslissen tot een reorganisatie;
i. het toekennen van materiële schadevergoeding vanaf € 2.500,- of immateriële schadevergoeding;
j. het vaststellen van de formatie van de onder de plaatsvervangend secretaris-generaal, de diensthoofden en algemeen directeuren ressorterende (dienst)onderdelen;
k. de aangelegenheden genoemd in artikel 5.7;
l. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van departementale regelgeving met betrekking tot de uitvoering van de Wet open overheid.
2. De beperkingen genoemd in het eerste lid, onderdeel b tot en met f, zijn niet van toepassing op het mandaat van de directeur die leiding geeft aan een agentschap en op het mandaat van de directeur die leiding geeft aan een kasdienst.
3. De beperkingen genoemd in het eerste lid, onderdeel b en e, zijn niet van toepassing op het mandaat van directeur binnen het BZK Kerndepartement en directeur binnen de DGABD.
a. personele aangelegenheden ten aanzien van rechtstreeks onder de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, het diensthoofd of de algemeen directeur ressorterende functionarissen;
b. het namens de Staat aangaan, wijzigen en beëindigen van een arbeidsovereenkomst met een ambtenaar;
c. het verlenen van een jubileumuitkering;
d. het opleggen van een straf;
e. het schorsen van een ambtenaar in zijn ambt;
f. het aanwijzen van een ambtenaar als VWNW-kandidaat;
g. het vaststellen van beleidsregels en circulaires ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van het diensthoofd, tenzij deze bevoegdheid in hogere regelgeving aan de desbetreffende functionaris is toegekend;
h. het beslissen tot een reorganisatie;
i. het toekennen van materiële schadevergoeding vanaf € 2.500,- of immateriële schadevergoeding;
j. het vaststellen van de formatie van de onder de plaatsvervangend secretaris-generaal, de diensthoofden en algemeen directeuren ressorterende (dienst)onderdelen;
k. de aangelegenheden genoemd in artikel 5.7;
l. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van departementale regelgeving met betrekking tot de uitvoering van de Wet open overheid.
2. De beperkingen genoemd in het eerste lid, onderdeel b tot en met f, zijn niet van toepassing op het mandaat van de directeur die leiding geeft aan een agentschap en op het mandaat van de directeur die leiding geeft aan een kasdienst.
3. De beperkingen genoemd in het eerste lid, onderdeel b en e, zijn niet van toepassing op het mandaat van directeur binnen het BZK Kerndepartement en directeur binnen de DGABD.