BWBR0048593
Geldig vanaf 2023-09-02
Artikel 4.5
Mandaatbesluit BZK 2023
1. De plaatsvervangend secretaris-generaal is, voor zover niet anders is bepaald, bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan onder hem ressorterende functionarissen ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van deze functionarissen, respectievelijk tot het beperken of intrekken daarvan.
2. De plaatsvervangend secretaris-generaal is, voor zover de plaatsvervangend secretaris-generaal leiding geeft aan een dienst of agentschap, tevens bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan rechtstreeks onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende functionarissen van de betreffende dienst of het agentschap voor het uitoefenen van integraal management met inbegrip van aangelegenheden op organisatorisch, personeel, financieel en materieel gebied.
3. De plaatsvervangend secretaris-generaal kan bij toepassing van de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, bedoeld in het eerste lid, afwijken van hetgeen in artikel 7.5van dit besluit is bepaald over het mandaat van de directeur, met uitzondering van het bepaalde in artikel 7.6van dit besluit.
4. De plaatsvervangend secretaris-generaal is bevoegd om in bijzondere gevallen, naast of in plaats van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid, mondeling of schriftelijk ondermandaat te verlenen aan een onder hem ressorterende functionaris voor een bepaald geval.
5. De plaatsvervangend secretaris-generaal kan, voor zover niet anders is bepaald, bij het verlenen van ondermandaat tevens de bevoegdheid toekennen tot het verlenen van ondermandaat aan een rechtstreeks onder de gemandateerde ressorterende functionaris of in bijzondere gevallen aan een andere functionaris.
6. Het verlenen van ondermandaat door de plaatsvervangend secretaris-generaal, niet zijnde een diensthoofd dat leiding geeft aan een dienst of agentschap, voor het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven is enkel mogelijk aan in bijlage 1van dit besluit genoemde onder hem ressorterende functionarissen met inachtneming van het aldaar genoemde maximumgrensbedrag per (meerjarige) verplichting.
2. De plaatsvervangend secretaris-generaal is, voor zover de plaatsvervangend secretaris-generaal leiding geeft aan een dienst of agentschap, tevens bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan rechtstreeks onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende functionarissen van de betreffende dienst of het agentschap voor het uitoefenen van integraal management met inbegrip van aangelegenheden op organisatorisch, personeel, financieel en materieel gebied.
3. De plaatsvervangend secretaris-generaal kan bij toepassing van de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, bedoeld in het eerste lid, afwijken van hetgeen in artikel 7.5van dit besluit is bepaald over het mandaat van de directeur, met uitzondering van het bepaalde in artikel 7.6van dit besluit.
4. De plaatsvervangend secretaris-generaal is bevoegd om in bijzondere gevallen, naast of in plaats van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid, mondeling of schriftelijk ondermandaat te verlenen aan een onder hem ressorterende functionaris voor een bepaald geval.
5. De plaatsvervangend secretaris-generaal kan, voor zover niet anders is bepaald, bij het verlenen van ondermandaat tevens de bevoegdheid toekennen tot het verlenen van ondermandaat aan een rechtstreeks onder de gemandateerde ressorterende functionaris of in bijzondere gevallen aan een andere functionaris.
6. Het verlenen van ondermandaat door de plaatsvervangend secretaris-generaal, niet zijnde een diensthoofd dat leiding geeft aan een dienst of agentschap, voor het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven is enkel mogelijk aan in bijlage 1van dit besluit genoemde onder hem ressorterende functionarissen met inachtneming van het aldaar genoemde maximumgrensbedrag per (meerjarige) verplichting.