BWBR0048593
Geldig vanaf 2023-09-02
Artikel 3.2
Mandaatbesluit BZK 2023
Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de secretaris-generaal in ieder geval betrekking op:
a. het werkterrein van de functionarissen en organisatieonderdelen van het ministerie, met uitzondering van het werkterrein van het directoraat-generaal Algemene Bestuursdienst;
b. het beleid en beheer inzake alle aspecten van de bedrijfsvoering van het ministerie met inbegrip van aangelegenheden op organisatorisch, personeel, financieel en materieel gebied;
c. het vaststellen van de formatie van het ministerie, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst 2011;
d. het rechtstreeks leiding geven aan de plaatsvervangend secretaris-generaal, de diensthoofden en overige rechtstreeks onder de secretaris-generaal ressorterende functionarissen, met uitzondering van de directeur-generaal voor de Algemene Bestuursdienst voor zover anders is bepaald;
e. het nader vaststellen van de inrichting van het ministerie;
f. aangelegenheden die op grond van bovendepartementale regelgeving of afspraken op centraal departementaal niveau dienen te worden afgehandeld;
g. het beslissen op bezwaarschriften;
h. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van departementale regelgeving met betrekking tot de uitvoering van de Wet open overheid voor zover dat niet aan een diensthoofd is gemandateerd;
i. het behandelen van klachten ingevolge een wettelijke regeling met betrekking tot klachtrecht, waarover door een commissie wordt gerapporteerd of geadviseerd;
j. het vertegenwoordigen van de minister in het Decentraal Georganiseerd Overleg, zoals genoemd in paragraaf 26.2 CAO Rijk 2022;
k. personele beheerbeslissingen op grond van het Besluit financiën en personeel Kabinetten van de Gouverneurs ten aanzien van de directeuren van de Kabinetten van de Gouverneurs van Aruba, Curaçao en Sint Maarten;
l. de verantwoordelijkheid voor het beheer van de archiefbescheiden bij het ministerie op grond van de geldende wet- en regelgeving;
m. het vertegenwoordigen van een bewindspersoon namens de Staat in gerechtelijke procedures waarbij het ministerie is betrokken;
n. het beslissen op bezwaarschriften tegen de door de directeur-generaal van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst genomen besluiten met betrekking tot aanvragen als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Wet op de inlichtingen-en veiligheidsdiensten 2017;
o. de bevoegdheid om te beslissen op bezwaarschriften tegen namens een bewindspersoon genomen besluiten met betrekking tot de uitvoering van de begroting voor Koninkrijksrelaties, met uitzondering van besluiten die door een bewindspersoon of de secretaris-generaal zijn genomen;
p. het wijzigen van bijlage 1 van dit besluit;
q. het behandelen van geschillen met werknemers;
r. het benoemen en ontslaan van departementale vertrouwenspersonen;
s. het vaststellen van beleidsregels en circulaires met betrekking tot de aangelegenheden, bedoeld in dit artikel.
a. het werkterrein van de functionarissen en organisatieonderdelen van het ministerie, met uitzondering van het werkterrein van het directoraat-generaal Algemene Bestuursdienst;
b. het beleid en beheer inzake alle aspecten van de bedrijfsvoering van het ministerie met inbegrip van aangelegenheden op organisatorisch, personeel, financieel en materieel gebied;
c. het vaststellen van de formatie van het ministerie, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst 2011;
d. het rechtstreeks leiding geven aan de plaatsvervangend secretaris-generaal, de diensthoofden en overige rechtstreeks onder de secretaris-generaal ressorterende functionarissen, met uitzondering van de directeur-generaal voor de Algemene Bestuursdienst voor zover anders is bepaald;
e. het nader vaststellen van de inrichting van het ministerie;
f. aangelegenheden die op grond van bovendepartementale regelgeving of afspraken op centraal departementaal niveau dienen te worden afgehandeld;
g. het beslissen op bezwaarschriften;
h. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van departementale regelgeving met betrekking tot de uitvoering van de Wet open overheid voor zover dat niet aan een diensthoofd is gemandateerd;
i. het behandelen van klachten ingevolge een wettelijke regeling met betrekking tot klachtrecht, waarover door een commissie wordt gerapporteerd of geadviseerd;
j. het vertegenwoordigen van de minister in het Decentraal Georganiseerd Overleg, zoals genoemd in paragraaf 26.2 CAO Rijk 2022;
k. personele beheerbeslissingen op grond van het Besluit financiën en personeel Kabinetten van de Gouverneurs ten aanzien van de directeuren van de Kabinetten van de Gouverneurs van Aruba, Curaçao en Sint Maarten;
l. de verantwoordelijkheid voor het beheer van de archiefbescheiden bij het ministerie op grond van de geldende wet- en regelgeving;
m. het vertegenwoordigen van een bewindspersoon namens de Staat in gerechtelijke procedures waarbij het ministerie is betrokken;
n. het beslissen op bezwaarschriften tegen de door de directeur-generaal van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst genomen besluiten met betrekking tot aanvragen als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Wet op de inlichtingen-en veiligheidsdiensten 2017;
o. de bevoegdheid om te beslissen op bezwaarschriften tegen namens een bewindspersoon genomen besluiten met betrekking tot de uitvoering van de begroting voor Koninkrijksrelaties, met uitzondering van besluiten die door een bewindspersoon of de secretaris-generaal zijn genomen;
p. het wijzigen van bijlage 1 van dit besluit;
q. het behandelen van geschillen met werknemers;
r. het benoemen en ontslaan van departementale vertrouwenspersonen;
s. het vaststellen van beleidsregels en circulaires met betrekking tot de aangelegenheden, bedoeld in dit artikel.