BWBR0048593
Geldig vanaf 2023-09-02
Artikel 5.2
Mandaatbesluit BZK 2023
1. Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van het diensthoofd in ieder geval betrekking op:
a. het uitoefenen van integraal management met inbegrip van aangelegenheden op organisatorisch, personeel, financieel en materieel gebied;
b. het vaststellen van de capaciteitsplannen binnen de door de secretaris-generaal vastgestelde formatie van de onder de diensthoofden ressorterende dienstonderdelen;
c. het leiding geven aan de rechtstreeks onder het diensthoofd ressorterende functionarissen;
d. het optreden als bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden in het overleg met de ondernemingsraad van de onder het diensthoofd ressorterende dienstonderdelen, voor zover niet een onder het diensthoofd ressorterende functionaris als zodanig optreedt;
e. het vertegenwoordigen van een bewindspersoon namens de Staat in gerechtelijke procedures waarbij het dienstonderdeel is betrokken;
f. het vaststellen van beleidsregels en circulaires met betrekking tot aangelegenheden op het werkterrein van het diensthoofd;
g. het beheer van de archiefbescheiden van de onder het diensthoofd ressorterende dienstonderdelen op grond van de desbetreffende departementale regelgeving;
h. het afnemen van de eed of de belofte van ambtenaren die werkzaam zijn bij een onder het diensthoofd ressorterend dienstonderdeel;
i. het beslissen op bezwaarschriften gericht tegen besluiten inzake aangelegenheden die behoren tot zijn werkterrein met uitzondering van die besluiten die door een bewindspersoon, de secretaris-generaal of het diensthoofd zijn genomen, onverminderd artikel 5.3 en voor zover in wet- en regelgeving niet anders is bepaald;
j. het inschakelen van de Landsadvocaat voor ondersteuning of vertegenwoordiging van het ministerie.
k. het behandelen van geschillen met werknemers die werkzaam zijn bij het dienstonderdeel dat onder het diensthoofd ressorteert;
l. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van departementale regelgeving met betrekking tot de uitvoering van de Wet open overheid voor zover het aangelegenheden op het werkterrein van het diensthoofd betreft.
2. Het eerste lid, onder a, b, d, h en k, is niet van toepassing op de diensthoofden van BZK Kerndepartement.
a. het uitoefenen van integraal management met inbegrip van aangelegenheden op organisatorisch, personeel, financieel en materieel gebied;
b. het vaststellen van de capaciteitsplannen binnen de door de secretaris-generaal vastgestelde formatie van de onder de diensthoofden ressorterende dienstonderdelen;
c. het leiding geven aan de rechtstreeks onder het diensthoofd ressorterende functionarissen;
d. het optreden als bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden in het overleg met de ondernemingsraad van de onder het diensthoofd ressorterende dienstonderdelen, voor zover niet een onder het diensthoofd ressorterende functionaris als zodanig optreedt;
e. het vertegenwoordigen van een bewindspersoon namens de Staat in gerechtelijke procedures waarbij het dienstonderdeel is betrokken;
f. het vaststellen van beleidsregels en circulaires met betrekking tot aangelegenheden op het werkterrein van het diensthoofd;
g. het beheer van de archiefbescheiden van de onder het diensthoofd ressorterende dienstonderdelen op grond van de desbetreffende departementale regelgeving;
h. het afnemen van de eed of de belofte van ambtenaren die werkzaam zijn bij een onder het diensthoofd ressorterend dienstonderdeel;
i. het beslissen op bezwaarschriften gericht tegen besluiten inzake aangelegenheden die behoren tot zijn werkterrein met uitzondering van die besluiten die door een bewindspersoon, de secretaris-generaal of het diensthoofd zijn genomen, onverminderd artikel 5.3 en voor zover in wet- en regelgeving niet anders is bepaald;
j. het inschakelen van de Landsadvocaat voor ondersteuning of vertegenwoordiging van het ministerie.
k. het behandelen van geschillen met werknemers die werkzaam zijn bij het dienstonderdeel dat onder het diensthoofd ressorteert;
l. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van departementale regelgeving met betrekking tot de uitvoering van de Wet open overheid voor zover het aangelegenheden op het werkterrein van het diensthoofd betreft.
2. Het eerste lid, onder a, b, d, h en k, is niet van toepassing op de diensthoofden van BZK Kerndepartement.