BWBR0048360
Geldig vanaf 2024-02-13
Artikel 8
Subsidieregeling School en Omgeving 2023–2025
1. In aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregelingworden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd:
a. de activiteiten voor het schooljaar 2023–2024 en 2024–2025 bedoeld in artikel 3, eerste lid, worden uitgevoerd in de periode van 1 augustus 2023 tot en met 31 juli 2025, en beslaan ten minste 55 weken;
b. in afwijking van onderdeel a, worden de activiteiten van de subsidieontvangers, die een aanvraag hebben gedaan, als bedoeld in artikel 3, eerste lid en die uitstel hebben gekregen op grond van artikel 12, tweede lid, van de Subsidieregeling School en omgeving, uitgevoerd in de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 juli 2025, en beslaan zij ten minste 40 weken;
c. de activiteiten voor het schooljaar 2024–2025, bedoeld in artikel 3, tweede lid, worden uitgevoerd in de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 juli 2025, en beslaan ten minste 30 weken;
d. de aanvrager kan verlenging van de looptijd van de subsidie aanvragen tot en met 31 december 2025 indien de activiteiten door onvoorziene omstandigheden niet binnen de in de onderdelen a, b of c gestelde periodes kunnen worden afgerond;
e. de activiteiten vinden plaats op reguliere schooldagen, buiten de reguliere onderwijstijd, en vinden uitsluitend plaats in schoolvakanties voor zover dit gebeurt in combinatie met activiteiten op reguliere schooldagen, buiten de reguliere onderwijstijd;
f. de subsidieontvanger ziet erop toe dat de personen die werken met de leerlingen in het bezit zijn van een Verklaring Omtrent het Gedrag;
g. de subsidieontvanger spant zich in om het aantal opgegeven leerlingen een programma verrijkte schooldag aan te bieden;
h. indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, die betrekking heeft op een categorie A-vestiging dan spant de subsidieontvanger zich in om het aantal opgegeven uren aanbod aan te bieden;
i. indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, die betrekking heeft op een categorie B-vestiging dan spant de subsidieontvanger zich in om ten minste vijf klokuren aan te bieden;
j. de subsidieontvanger deelt de inhoud van het programma verrijkte schooldag met onderzoekers die in opdracht van de minister de subsidieregeling evalueren met inachtneming van de Algemene verordening gegevensbescherming.
2. Op een subsidieontvanger waarvan een aanvraag als bedoeld in artikel 3ais ingewilligd, is:
a. het eerste lid, aanhef en onderdeel a, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de subsidieontvanger een verdeling mag maken in het aantal weken dat hij aan het schooljaar 2023–2024 toerekent en het aantal weken dat hij aan het schooljaar 2024–2025 toerekent;
b. het eerste lid, aanhef en onderdeel h, van overeenkomstige toepassing voor wat betreft het schooljaar 2024–2025; en
c. het eerste lid, aanhef en onderdeel i, uitsluitend van toepassing voor wat betreft het schooljaar 2023–2024.
a. de activiteiten voor het schooljaar 2023–2024 en 2024–2025 bedoeld in artikel 3, eerste lid, worden uitgevoerd in de periode van 1 augustus 2023 tot en met 31 juli 2025, en beslaan ten minste 55 weken;
b. in afwijking van onderdeel a, worden de activiteiten van de subsidieontvangers, die een aanvraag hebben gedaan, als bedoeld in artikel 3, eerste lid en die uitstel hebben gekregen op grond van artikel 12, tweede lid, van de Subsidieregeling School en omgeving, uitgevoerd in de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 juli 2025, en beslaan zij ten minste 40 weken;
c. de activiteiten voor het schooljaar 2024–2025, bedoeld in artikel 3, tweede lid, worden uitgevoerd in de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 juli 2025, en beslaan ten minste 30 weken;
d. de aanvrager kan verlenging van de looptijd van de subsidie aanvragen tot en met 31 december 2025 indien de activiteiten door onvoorziene omstandigheden niet binnen de in de onderdelen a, b of c gestelde periodes kunnen worden afgerond;
e. de activiteiten vinden plaats op reguliere schooldagen, buiten de reguliere onderwijstijd, en vinden uitsluitend plaats in schoolvakanties voor zover dit gebeurt in combinatie met activiteiten op reguliere schooldagen, buiten de reguliere onderwijstijd;
f. de subsidieontvanger ziet erop toe dat de personen die werken met de leerlingen in het bezit zijn van een Verklaring Omtrent het Gedrag;
g. de subsidieontvanger spant zich in om het aantal opgegeven leerlingen een programma verrijkte schooldag aan te bieden;
h. indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, die betrekking heeft op een categorie A-vestiging dan spant de subsidieontvanger zich in om het aantal opgegeven uren aanbod aan te bieden;
i. indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, die betrekking heeft op een categorie B-vestiging dan spant de subsidieontvanger zich in om ten minste vijf klokuren aan te bieden;
j. de subsidieontvanger deelt de inhoud van het programma verrijkte schooldag met onderzoekers die in opdracht van de minister de subsidieregeling evalueren met inachtneming van de Algemene verordening gegevensbescherming.
2. Op een subsidieontvanger waarvan een aanvraag als bedoeld in artikel 3ais ingewilligd, is:
a. het eerste lid, aanhef en onderdeel a, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de subsidieontvanger een verdeling mag maken in het aantal weken dat hij aan het schooljaar 2023–2024 toerekent en het aantal weken dat hij aan het schooljaar 2024–2025 toerekent;
b. het eerste lid, aanhef en onderdeel h, van overeenkomstige toepassing voor wat betreft het schooljaar 2024–2025; en
c. het eerste lid, aanhef en onderdeel i, uitsluitend van toepassing voor wat betreft het schooljaar 2023–2024.