BWBR0048360
Geldig vanaf 2024-02-13
Artikel 3
Subsidieregeling School en Omgeving 2023–2025
1. De minister kan voor de schooljaren 2023–2024 en 2024–2025 subsidie verstrekken aan een bevoegd gezag van een school met een categorie A-vestiging of categorie B-vestiging, als deelnemer aan een lokale coalitie voor het uitvoeren van een programma verrijkte schooldag, dat aansluit bij het curriculum van de desbetreffende school.
2. De Minister kan voor het schooljaar 2024–2025 aan een bevoegd gezag van een school met een categorie A-vestiging of categorie B-vestiging subsidie verstrekken voor het uitvoeren van een programma verrijkte schooldag, dat aansluit bij het curriculum van de desbetreffende school.
3. Voor subsidieverstrekking op grond van het tweede lid, wordt, in afwijking van artikel 1, verstaan onder:
a. categorie A-vestiging: vestiging, opgenomen in bijlage 3 of 4; en
b. categorie B-vestiging: vestiging, opgenomen in bijlage 5.
4. De subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een programma verrijkte schooldag voor de volgende ontwikkelgebieden:
a. sport;
b. cultuur;
c. cognitieve ontwikkeling;
d. sociale ontwikkeling;
e. oriëntatie op jezelf; of
f. oriëntatie op de wereld.
5. Van het programma verrijkte schooldag kunnen geen deel uitmaken:
a. uren die behoren tot de onderwijstijd;
b. uren die betrekking hebben op bijles, trainingen voor de eindtoets of examentraining; of
c. buitenlandse reizen.
6. Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt aan:
a. een bevoegd gezag dat als starter subsidie heeft ontvangen op grond van artikel 3 van de Subsidieregeling School en omgeving en niet vóór 8 maart 2024 heeft voldaan aan de subsidieverplichtingen, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van die regeling;
b. een bevoegd gezag van een school die deel uitmaakt van een coalitie waarvoor middelen heeft aangevraagd op grond van de specifieke uitkering Kansrijke wijk, te weten de coalities: RSOV22003 Leeuwarden, RSOV22018 Heerlen, RSOV22019 Zaanstad, RSOV22026 Groningen stad en RSOV22034 Rotterdam Zuid.
2. De Minister kan voor het schooljaar 2024–2025 aan een bevoegd gezag van een school met een categorie A-vestiging of categorie B-vestiging subsidie verstrekken voor het uitvoeren van een programma verrijkte schooldag, dat aansluit bij het curriculum van de desbetreffende school.
3. Voor subsidieverstrekking op grond van het tweede lid, wordt, in afwijking van artikel 1, verstaan onder:
a. categorie A-vestiging: vestiging, opgenomen in bijlage 3 of 4; en
b. categorie B-vestiging: vestiging, opgenomen in bijlage 5.
4. De subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een programma verrijkte schooldag voor de volgende ontwikkelgebieden:
a. sport;
b. cultuur;
c. cognitieve ontwikkeling;
d. sociale ontwikkeling;
e. oriëntatie op jezelf; of
f. oriëntatie op de wereld.
5. Van het programma verrijkte schooldag kunnen geen deel uitmaken:
a. uren die behoren tot de onderwijstijd;
b. uren die betrekking hebben op bijles, trainingen voor de eindtoets of examentraining; of
c. buitenlandse reizen.
6. Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt aan:
a. een bevoegd gezag dat als starter subsidie heeft ontvangen op grond van artikel 3 van de Subsidieregeling School en omgeving en niet vóór 8 maart 2024 heeft voldaan aan de subsidieverplichtingen, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van die regeling;
b. een bevoegd gezag van een school die deel uitmaakt van een coalitie waarvoor middelen heeft aangevraagd op grond van de specifieke uitkering Kansrijke wijk, te weten de coalities: RSOV22003 Leeuwarden, RSOV22018 Heerlen, RSOV22019 Zaanstad, RSOV22026 Groningen stad en RSOV22034 Rotterdam Zuid.