BWBR0048360
Geldig vanaf 2024-02-13
Artikel 10
Subsidieregeling School en Omgeving 2023–2025
1. De minister kan bovendien voor de schooljaren 2023–2024 en 2024–2025 aan de regievoerder, bedoeld in artikel 4, eerste lid, indien de lokale coalitie als voorloper is aangewezen, een eenmalige subsidie verstrekken als tegemoetkoming in de kosten om een actieve bijdrage te leveren aan de kennisopbouw en kennisdeling in het kader van de lerende aanpak.
2. In de beschikking wordt opgenomen wanneer de minister de in het eerste lid bedoelde subsidie ambtshalve verstrekt.
3. De subsidie bestaat uit een vast bedrag van € 10.000,–, indien de deelnemende bevoegde gezagsorganen van de lokale coalitie van de regievoerder subsidie hebben aangevraagd als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
4. De regievoerder is verplicht om namens de lokale coalitie in het kader van de lerende aanpak:
a. een actieve bijdrage te leveren aan de kennisopbouw en kennisdeling van het programma School en Omgeving, bestaande uit een verplichting om één keer per schooljaar deel te nemen aan of te organiseren van een kennisdelingsactiviteit; en
b. uiterlijk 1 augustus 2025 een bewijsstuk overleggen van deelname aan of het organiseren van een kennisdelingsactiviteit.
5. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, onderdeel 1.
6. De regievoerder toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.
7. Indien de regievoerder wijzigt moet de initiële regievoerder de resterende middelen aanwenden om de nieuwe regievoerder in staat stellen om aan de subsidieverlichtingen bedoeld in het vierde lid te voldoen.
8. Indien activiteiten niet volledig zijn uitgevoerd of niet aan de verplichtingen is voldaan, kan de minister de subsidie lager vaststellen.
9. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het eventueel niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
2. In de beschikking wordt opgenomen wanneer de minister de in het eerste lid bedoelde subsidie ambtshalve verstrekt.
3. De subsidie bestaat uit een vast bedrag van € 10.000,–, indien de deelnemende bevoegde gezagsorganen van de lokale coalitie van de regievoerder subsidie hebben aangevraagd als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
4. De regievoerder is verplicht om namens de lokale coalitie in het kader van de lerende aanpak:
a. een actieve bijdrage te leveren aan de kennisopbouw en kennisdeling van het programma School en Omgeving, bestaande uit een verplichting om één keer per schooljaar deel te nemen aan of te organiseren van een kennisdelingsactiviteit; en
b. uiterlijk 1 augustus 2025 een bewijsstuk overleggen van deelname aan of het organiseren van een kennisdelingsactiviteit.
5. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, onderdeel 1.
6. De regievoerder toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.
7. Indien de regievoerder wijzigt moet de initiële regievoerder de resterende middelen aanwenden om de nieuwe regievoerder in staat stellen om aan de subsidieverlichtingen bedoeld in het vierde lid te voldoen.
8. Indien activiteiten niet volledig zijn uitgevoerd of niet aan de verplichtingen is voldaan, kan de minister de subsidie lager vaststellen.
9. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het eventueel niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.