BWBR0048113
Geldig vanaf 08-04-2026
Artikel 9o
Subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT)
1. Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidieverlening in ieder geval geweigerd, indien het resultaat van de som werkkapitaal minus bestemmingsfondsen van de penvoerder minder dan 10% bedraagt van het totaal aangevraagde subsidiebedrag, op basis van de meest recente jaarrekening, bedoeld in artikel 9j, zevende lid.
2. In afwijking van het eerste lid kan een partij binnen het partnerschap garant staan voor het werkkapitaal van ten minste 10% van het totaal aangevraagde subsidiebedrag, indien:
a. de garantstellingsverklaring wordt aangeleverd in het door DUS-I daarvoor beschikbaar gestelde format;
b. uit de meest recente jaarrekening van de garantsteller blijkt dat de garantsteller beschikt over voldoende middelen om al zijn garantstellingsverplichtingen in voorkomend geval te kunnen nakomen;
c. de meest recente jaarrekening van de garantsteller is voorzien van een controleverklaring als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Indien de garantsteller niet controleplichtig is dient een beoordelingsverklaring van de accountant verstrekt te worden;
d. de garantsteller bij maximaal twee andere penvoerders garant staat;
e. de garantsteller op 1 juni 2026 minimaal een jaar ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel.
3. Een aanvraag komt uitsluitend voor toekenning in aanmerking, indien de penvoerder op 1 juni 2026 minimaal twee jaar ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel.
4. Indien de penvoerder een onderwijsinstelling is als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, is dit artikel niet van toepassing.
2. In afwijking van het eerste lid kan een partij binnen het partnerschap garant staan voor het werkkapitaal van ten minste 10% van het totaal aangevraagde subsidiebedrag, indien:
a. de garantstellingsverklaring wordt aangeleverd in het door DUS-I daarvoor beschikbaar gestelde format;
b. uit de meest recente jaarrekening van de garantsteller blijkt dat de garantsteller beschikt over voldoende middelen om al zijn garantstellingsverplichtingen in voorkomend geval te kunnen nakomen;
c. de meest recente jaarrekening van de garantsteller is voorzien van een controleverklaring als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Indien de garantsteller niet controleplichtig is dient een beoordelingsverklaring van de accountant verstrekt te worden;
d. de garantsteller bij maximaal twee andere penvoerders garant staat;
e. de garantsteller op 1 juni 2026 minimaal een jaar ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel.
3. Een aanvraag komt uitsluitend voor toekenning in aanmerking, indien de penvoerder op 1 juni 2026 minimaal twee jaar ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel.
4. Indien de penvoerder een onderwijsinstelling is als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, is dit artikel niet van toepassing.
- Citeren als
- Art. 9o
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0048113
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl