BWBR0048113
Geldig vanaf 08-04-2026
Artikel 10
Subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT)
1. Een door de minister ingestelde beoordelingscommissie adviseert de minister op basis van de beoordelingscriteria, bedoeld in bijlage 1, over de volledige subsidieaanvragen, met uitzondering van subsidieaanvragen die worden geweigerd op grond van artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht of omdat de penvoerder niet voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, in samenhang met artikel 9f.
2. De beoordelingscommissie kan waar nodig externe deskundigen vragen haar te ondersteunen.
3. In afwijking van het eerste lid adviseert de beoordelingscommissie de minister over de volledige subsidieaanvragen, bedoeld in hoofdstuk 3a, op basis van het beoordelingskader in bijlage 2, met uitzondering van aanvragen die worden geweigerd op grond van artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 9m of artikel 9o.
4. Bij de toepassing van het beoordelingskader in bijlage 2 wordt aan elke volledige subsidieaanvraag per deelcriterium, met uitzondering van de deelcriteria die als ‘voldoet wel/voldoet niet’ worden beoordeeld, een score toegekend op een schaal van 4 tot en met 8, waarbij geldt:
4 = ruim onvoldoende
5 = onvoldoende
6 = voldoende
7 = ruim voldoende
8 = goed
5. De score, bedoeld in het vierde lid, wordt bepaald op basis van de kwaliteit van het ingevulde aanvraagformulier, het activiteitenplan, de begroting. Naarmate de deelcriteria deugdelijker onderbouwd zijn, wordt een hogere score toegekend. De scores per deelcriterium worden, met inachtneming van de vastgestelde weging per deelcriterium, samengevoegd tot een gewogen score per hoofdcriterium.
6. De beoordelingscommissie beoordeelt ontvankelijke subsidieaanvragen, bedoeld in het derde lid, eerst op de deelcriteria 7a, 7b en 7c, bedoeld in bijlage 2. Aanvragen die op:
a. een of meer van de deelcriteria 7a, 7b en 7c niet voldoen, worden afgewezen zonder verdere beoordeling;
b. alle deelcriteria 7a, 7b en 7c voldoen, worden verder beoordeeld op de overige criteria in bijlage 2.
7. Aanvragen als bedoeld in het zesde lid, onderdeel b, komen uitsluitend voor subsidieverlening in aanmerking, indien deze:
a. minimaal een score 6 behalen op de hoofdcriteria 1 tot en met 6, en op de deelcriteria 5a, en 6b in bijlage 2; en
b. vallen binnen de categorie ‘voldoet’, voor wat betreft het deelcriterium 1d in bijlage 2.
8. De volledige subsidieaanvragen die resteren na toepassing van het derde, zesde en zevende lid, worden gerangschikt op basis van een gewogen eindscore, die wordt gevormd door de som van de scores op alle zeven gewogen hoofdcriteria, telkens met inachtneming van de weging per hoofdcriterium, waarbij een hogere gewogen eindscore leidt tot een hogere rangschikking.
9. Indien na toepassing van het zesde lid het aantal resterende subsidieaanvragen groter is dan 150, kan de minister bepalen dat het totaalaantal aanvragen dat in aanmerking komt voor verdere beoordeling op hoofdcriteria 1 tot en met 6, bedoeld in bijlage 2, wordt gemaximeerd op 150, waarbij aanvragen met een hoger cofinancieringspercentage voorrang krijgen boven aanvragen met een lager cofinancieringspercentage.
10. Voor zover bij toepassing van het negende lid meerdere aanvragen een gelijk cofinancieringspercentage hebben, wordt indien nodig door middel van loting bepaald welke van die aanvragen voorrang krijgt.
11. Aanvragen die ingevolge het negende en het tiende lid niet in aanmerking komen voor verdere beoordeling op de criteria 1 tot en met 6 als bedoeld in bijlage 2, worden afgewezen.
2. De beoordelingscommissie kan waar nodig externe deskundigen vragen haar te ondersteunen.
3. In afwijking van het eerste lid adviseert de beoordelingscommissie de minister over de volledige subsidieaanvragen, bedoeld in hoofdstuk 3a, op basis van het beoordelingskader in bijlage 2, met uitzondering van aanvragen die worden geweigerd op grond van artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 9m of artikel 9o.
4. Bij de toepassing van het beoordelingskader in bijlage 2 wordt aan elke volledige subsidieaanvraag per deelcriterium, met uitzondering van de deelcriteria die als ‘voldoet wel/voldoet niet’ worden beoordeeld, een score toegekend op een schaal van 4 tot en met 8, waarbij geldt:
4 = ruim onvoldoende
5 = onvoldoende
6 = voldoende
7 = ruim voldoende
8 = goed
5. De score, bedoeld in het vierde lid, wordt bepaald op basis van de kwaliteit van het ingevulde aanvraagformulier, het activiteitenplan, de begroting. Naarmate de deelcriteria deugdelijker onderbouwd zijn, wordt een hogere score toegekend. De scores per deelcriterium worden, met inachtneming van de vastgestelde weging per deelcriterium, samengevoegd tot een gewogen score per hoofdcriterium.
6. De beoordelingscommissie beoordeelt ontvankelijke subsidieaanvragen, bedoeld in het derde lid, eerst op de deelcriteria 7a, 7b en 7c, bedoeld in bijlage 2. Aanvragen die op:
a. een of meer van de deelcriteria 7a, 7b en 7c niet voldoen, worden afgewezen zonder verdere beoordeling;
b. alle deelcriteria 7a, 7b en 7c voldoen, worden verder beoordeeld op de overige criteria in bijlage 2.
7. Aanvragen als bedoeld in het zesde lid, onderdeel b, komen uitsluitend voor subsidieverlening in aanmerking, indien deze:
a. minimaal een score 6 behalen op de hoofdcriteria 1 tot en met 6, en op de deelcriteria 5a, en 6b in bijlage 2; en
b. vallen binnen de categorie ‘voldoet’, voor wat betreft het deelcriterium 1d in bijlage 2.
8. De volledige subsidieaanvragen die resteren na toepassing van het derde, zesde en zevende lid, worden gerangschikt op basis van een gewogen eindscore, die wordt gevormd door de som van de scores op alle zeven gewogen hoofdcriteria, telkens met inachtneming van de weging per hoofdcriterium, waarbij een hogere gewogen eindscore leidt tot een hogere rangschikking.
9. Indien na toepassing van het zesde lid het aantal resterende subsidieaanvragen groter is dan 150, kan de minister bepalen dat het totaalaantal aanvragen dat in aanmerking komt voor verdere beoordeling op hoofdcriteria 1 tot en met 6, bedoeld in bijlage 2, wordt gemaximeerd op 150, waarbij aanvragen met een hoger cofinancieringspercentage voorrang krijgen boven aanvragen met een lager cofinancieringspercentage.
10. Voor zover bij toepassing van het negende lid meerdere aanvragen een gelijk cofinancieringspercentage hebben, wordt indien nodig door middel van loting bepaald welke van die aanvragen voorrang krijgt.
11. Aanvragen die ingevolge het negende en het tiende lid niet in aanmerking komen voor verdere beoordeling op de criteria 1 tot en met 6 als bedoeld in bijlage 2, worden afgewezen.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0048113
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl