BWBR0048113
Geldig vanaf 2025-05-07
Artikel 13
Subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT)
1. Indien de penvoerder een onderwijsinstelling is als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs:
a. levert de penvoerder een activiteitenverslag, inclusief het aantal afgeronde en niet-afgeronde MDT-trajecten, en inclusief de verwerving van cofinanciering;
b. geschiedt de verantwoording in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 2, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving;
c. kan de subsidie uitsluitend worden besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend, en wordt niet bestede subsidie teruggevorderd, en;
d. vermeldt de penvoerder in het bestuursverslag het aantal afgeronde en niet-afgeronde MDT-trajecten, en inclusief de verwerving van cofinanciering.
2. Indien het eerste lid niet van toepassing is op de penvoerder:
a. legt de penvoerder in zijn aanvraag om vaststelling rekening en verantwoording af aan de hand van een activiteitenverslag en een financieel verslag, vergezeld van een controleverklaring;
b. verstrekt de penvoerder, in aanvulling op artikel 7.8 van de Kaderregeling, tevens een prestatiebewijs met betrekking tot het aantal afgeronde en niet-afgeronde MDT-trajecten, voorzien van een assurance rapport en een rapport van feitelijke bevindingen ten aanzien van de in de regeling en beschikking opgenomen voorwaarden en verplichtingen, met betrekking tot het aantal afgeronde en niet-afgeronde MDT-trajecten;
c. de controleverklaring, het assurance rapport en het rapport van feitelijke bevindingen, bedoeld in de onderdelen b en c, worden opgesteld door een accountant overeenkomstig het door de minister vastgestelde accountantsprotocol.
d. dient de penvoerder een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in binnen 22 weken na de datum waarop de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, uiterlijk moeten zijn verricht.
3. De subsidie wordt lager vastgesteld indien het aantal afgeronde trajecten per MDT-variant lager is dan 85% van het gesubsidieerde aantal trajecten of het subsidiebedrag niet geheel is besteed. De lagere vaststelling wordt bepaald door het aantal trajecten dat niet is afgerond tot 85%, te vermenigvuldigen met het verleende subsidiebedrag per MDT-variant, met een maximum van het totaal bestede bedrag op basis van de financiële verantwoording.
4. De penvoerder toont op verzoek van de minister op de in de beschikking aangegeven wijze aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de verleende subsidie zijn verbonden.
a. levert de penvoerder een activiteitenverslag, inclusief het aantal afgeronde en niet-afgeronde MDT-trajecten, en inclusief de verwerving van cofinanciering;
b. geschiedt de verantwoording in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 2, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving;
c. kan de subsidie uitsluitend worden besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend, en wordt niet bestede subsidie teruggevorderd, en;
d. vermeldt de penvoerder in het bestuursverslag het aantal afgeronde en niet-afgeronde MDT-trajecten, en inclusief de verwerving van cofinanciering.
2. Indien het eerste lid niet van toepassing is op de penvoerder:
a. legt de penvoerder in zijn aanvraag om vaststelling rekening en verantwoording af aan de hand van een activiteitenverslag en een financieel verslag, vergezeld van een controleverklaring;
b. verstrekt de penvoerder, in aanvulling op artikel 7.8 van de Kaderregeling, tevens een prestatiebewijs met betrekking tot het aantal afgeronde en niet-afgeronde MDT-trajecten, voorzien van een assurance rapport en een rapport van feitelijke bevindingen ten aanzien van de in de regeling en beschikking opgenomen voorwaarden en verplichtingen, met betrekking tot het aantal afgeronde en niet-afgeronde MDT-trajecten;
c. de controleverklaring, het assurance rapport en het rapport van feitelijke bevindingen, bedoeld in de onderdelen b en c, worden opgesteld door een accountant overeenkomstig het door de minister vastgestelde accountantsprotocol.
d. dient de penvoerder een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in binnen 22 weken na de datum waarop de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, uiterlijk moeten zijn verricht.
3. De subsidie wordt lager vastgesteld indien het aantal afgeronde trajecten per MDT-variant lager is dan 85% van het gesubsidieerde aantal trajecten of het subsidiebedrag niet geheel is besteed. De lagere vaststelling wordt bepaald door het aantal trajecten dat niet is afgerond tot 85%, te vermenigvuldigen met het verleende subsidiebedrag per MDT-variant, met een maximum van het totaal bestede bedrag op basis van de financiële verantwoording.
4. De penvoerder toont op verzoek van de minister op de in de beschikking aangegeven wijze aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de verleende subsidie zijn verbonden.