BWBR0048092
Geldig vanaf 2023-05-01
Artikel 18
Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodem 2023
1. Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, besteedt de specifieke uitkering voor een buitenproportionele opgave uitsluitend aan de voorbereiding, begeleiding en uitvoering van de activiteiten zoals opgenomen in het projectplan, met dien verstande dat een uitkering voor activiteiten voor een project mag worden besteed aan andere activiteiten binnen hetzelfde element, bedoeld in artikel 13, tweede lid, onderdeel a.
2. Onverminderd het eerste lid besteedt het bevoegd gezag de specifieke uitkering uitsluitend aan activiteiten waarvan de kosten niet kunnen worden verhaald op de veroorzaker van de bodemverontreiniging of aan activiteiten waarvan de kosten wegens onvoldoende draagkracht niet of niet volledig kunnen worden gedragen door de eigenaar van de locatie.
3. Indien er sprake is van een situatie waarin het bevoegd gezag onverwijld moet handelen vanwege risico’s voor mens of ecologie of van verspreiding van de verontreiniging, mag de specifieke uitkering in afwijking van het tweede lid worden besteed aan de kosten daarvoor, vooruitlopend op het verhaal van die kosten op de veroorzaker van de verontreiniging of de eigenaar van de locatie.
4. Activiteiten als bedoeld in het eerste lid starten in 2023 te rekenen vanaf de startdatum van de bestedingsperiode opgenomen in de beschikking tot verlening van de specifieke uitkering.
5. De activiteiten zijn onverminderd artikel 15, vierde lid, uiterlijk vijf jaar na de startdatum uitgevoerd.
6. In geval van onvoorziene vertraging in de uitvoering mogen in afwijking van het vijfde lid de projecten uiterlijk op 31 december 2030 zijn uitgevoerd.
2. Onverminderd het eerste lid besteedt het bevoegd gezag de specifieke uitkering uitsluitend aan activiteiten waarvan de kosten niet kunnen worden verhaald op de veroorzaker van de bodemverontreiniging of aan activiteiten waarvan de kosten wegens onvoldoende draagkracht niet of niet volledig kunnen worden gedragen door de eigenaar van de locatie.
3. Indien er sprake is van een situatie waarin het bevoegd gezag onverwijld moet handelen vanwege risico’s voor mens of ecologie of van verspreiding van de verontreiniging, mag de specifieke uitkering in afwijking van het tweede lid worden besteed aan de kosten daarvoor, vooruitlopend op het verhaal van die kosten op de veroorzaker van de verontreiniging of de eigenaar van de locatie.
4. Activiteiten als bedoeld in het eerste lid starten in 2023 te rekenen vanaf de startdatum van de bestedingsperiode opgenomen in de beschikking tot verlening van de specifieke uitkering.
5. De activiteiten zijn onverminderd artikel 15, vierde lid, uiterlijk vijf jaar na de startdatum uitgevoerd.
6. In geval van onvoorziene vertraging in de uitvoering mogen in afwijking van het vijfde lid de projecten uiterlijk op 31 december 2030 zijn uitgevoerd.