BWBR0047844
Geldig vanaf 2025-06-29
Artikel 9
Regeling specifieke uitkering Lokale Aanpak Isolatie
1. Het college legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
2. Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, blijkt dat de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, niet, niet volledig of onrechtmatig is besteed, dat niet is voldaan aan de verplichtingen gesteld in artikel 6, of niet is voldaan aan de verantwoordingsplicht, bedoeld in het eerste lid, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, mededeling van de terugvordering aan het college.
3. Indien niet voldaan is aan de informatieverplichting, bedoeld in artikel 8, kan de minister de specifieke uitkering geheel of gedeeltelijk terugvorderen.
4. De minister stelt de specifieke uitkering uiterlijk vast op 31 december van het jaar waarin het college, op de in het eerste lid bedoelde wijze, de eindverantwoording aan de minister heeft verstrekt.
5. Indien de uiterlijke datum voor het afronden van de activiteiten, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, of de op grond van artikel 6, tweede lid, verlengde termijn, is verstreken en het college geen eindverantwoording heeft verstrekt, stelt de minister de specifieke uitkering vast aan de hand van de eerstvolgende verantwoordingsinformatie.
2. Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, blijkt dat de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, niet, niet volledig of onrechtmatig is besteed, dat niet is voldaan aan de verplichtingen gesteld in artikel 6, of niet is voldaan aan de verantwoordingsplicht, bedoeld in het eerste lid, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, mededeling van de terugvordering aan het college.
3. Indien niet voldaan is aan de informatieverplichting, bedoeld in artikel 8, kan de minister de specifieke uitkering geheel of gedeeltelijk terugvorderen.
4. De minister stelt de specifieke uitkering uiterlijk vast op 31 december van het jaar waarin het college, op de in het eerste lid bedoelde wijze, de eindverantwoording aan de minister heeft verstrekt.
5. Indien de uiterlijke datum voor het afronden van de activiteiten, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, of de op grond van artikel 6, tweede lid, verlengde termijn, is verstreken en het college geen eindverantwoording heeft verstrekt, stelt de minister de specifieke uitkering vast aan de hand van de eerstvolgende verantwoordingsinformatie.