BWBR0047844
Geldig vanaf 2025-06-29
Artikel 3
Regeling specifieke uitkering Lokale Aanpak Isolatie
1. Een college kan gedurende het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, een aanvraag doen voor een specifieke uitkering van ten hoogste het voor die gemeente in de voorlaatste kolom in bijlage Iopgenomen totaalbedrag dat aangevraagd kan worden.
2. Een college kan gedurende het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, een aanvraag doen voor een specifieke uitkering van ten hoogste het voor die gemeente in de derde kolom in bijlage IIIopgenomen bedrag dat uitgekeerd wordt naar rato van het aantal aangevraagde woningen. Het bedrag wordt aangevuld met het volledige bedrag dat in de vierde kolom is opgenomen, hetgeen middelen betreft die worden uitgekeerd in aanvulling op middelen uit 2022.
3. Een college kan gedurende het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, een aanvraag doen voor een specifieke uitkering ter hoogte van het voor die gemeente in de vijfde kolom in bijlage IIIopgenomen bedrag, hetgeen middelen betreft die specifiek bedoeld zijn voor doe-het-zelf maatregelen.
4. Als er gemeenten zijn waarvan het college geen aanvraag als bedoeld in het derde lid doet worden de voor die gemeenten gereserveerde bedragen in de vijfde kolom in bijlage IIIherverdeeld over de gemeenten waarvoor wel een aanvraag als bedoeld in het derde lid is gedaan. Bij de in de vorige zin bedoelde bedragen wordt voorafgaand aan de herverdeling € 227.000 opgeteld. De herverdeling vindt plaats naar rato van de hoogte van de bedragen die de colleges hebben aangevraagd op grond van het derde lid.
5. Een college kan gedurende het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, een aanvraag doen voor een specifieke uitkering van ten hoogste het voor die gemeente in de derde kolom in bijlage IVopgenomen bedrag dat uitgekeerd wordt naar rato van het aantal aangevraagde woningen. Het bedrag wordt aangevuld met het volledige bedrag dat in de vierde kolom is opgenomen, hetgeen middelen betreft die worden uitgekeerd in aanvulling op middelen uit 2022.
6. Een college kan gedurende het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, een extra aanvraag doen voor een specifieke uitkering voor ten hoogste 30 procent van het aantal woningen dat kan worden aangevraagd zoals bedoeld in de tweede kolom van bijlage IV.
7. Een college kan gedurende het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, een aanvraag doen voor een specifieke uitkering ter hoogte van het voor die gemeente in de vijfde kolom in bijlage IVopgenomen bedrag, hetgeen middelen betreft die specifiek bedoeld zijn voor doe-het-zelf maatregelen.
8. Als er gemeenten zijn waarvan het college geen aanvraag als bedoeld in het zevende lid doet worden de voor die gemeenten gereserveerde bedragen in de vijfde kolom in bijlage IVherverdeeld over de gemeenten waarvoor wel een aanvraag als bedoeld in het zevende lid is gedaan. De herverdeling vindt plaats naar rato van de hoogte van de bedragen die de colleges hebben aangevraagd op grond van het zevende lid.
9. Het aantal woningen waarvoor geen aanvraag wordt gedaan als bedoeld in het vijfde lid, wordt herverdeeld over de gemeenten waarvoor een aanvraag als bedoeld in het zesde lid is gedaan naar rato van het aantal woningen dat de colleges hebben aangevraagd op grond van het zesde lid. Per extra aangevraagde woning ontvangt de gemeente ten hoogste het genoemde bedrag in de zesde kolom van bijlage IV. Het aantal woningen dat wordt herverdeeld wordt opgehoogd, met een aantal waardoor het bedrag dat op grond van deze ophoging wordt uitgekeerd ten hoogste € 15.424.807 is.
2. Een college kan gedurende het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, een aanvraag doen voor een specifieke uitkering van ten hoogste het voor die gemeente in de derde kolom in bijlage IIIopgenomen bedrag dat uitgekeerd wordt naar rato van het aantal aangevraagde woningen. Het bedrag wordt aangevuld met het volledige bedrag dat in de vierde kolom is opgenomen, hetgeen middelen betreft die worden uitgekeerd in aanvulling op middelen uit 2022.
3. Een college kan gedurende het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, een aanvraag doen voor een specifieke uitkering ter hoogte van het voor die gemeente in de vijfde kolom in bijlage IIIopgenomen bedrag, hetgeen middelen betreft die specifiek bedoeld zijn voor doe-het-zelf maatregelen.
4. Als er gemeenten zijn waarvan het college geen aanvraag als bedoeld in het derde lid doet worden de voor die gemeenten gereserveerde bedragen in de vijfde kolom in bijlage IIIherverdeeld over de gemeenten waarvoor wel een aanvraag als bedoeld in het derde lid is gedaan. Bij de in de vorige zin bedoelde bedragen wordt voorafgaand aan de herverdeling € 227.000 opgeteld. De herverdeling vindt plaats naar rato van de hoogte van de bedragen die de colleges hebben aangevraagd op grond van het derde lid.
5. Een college kan gedurende het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, een aanvraag doen voor een specifieke uitkering van ten hoogste het voor die gemeente in de derde kolom in bijlage IVopgenomen bedrag dat uitgekeerd wordt naar rato van het aantal aangevraagde woningen. Het bedrag wordt aangevuld met het volledige bedrag dat in de vierde kolom is opgenomen, hetgeen middelen betreft die worden uitgekeerd in aanvulling op middelen uit 2022.
6. Een college kan gedurende het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, een extra aanvraag doen voor een specifieke uitkering voor ten hoogste 30 procent van het aantal woningen dat kan worden aangevraagd zoals bedoeld in de tweede kolom van bijlage IV.
7. Een college kan gedurende het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, een aanvraag doen voor een specifieke uitkering ter hoogte van het voor die gemeente in de vijfde kolom in bijlage IVopgenomen bedrag, hetgeen middelen betreft die specifiek bedoeld zijn voor doe-het-zelf maatregelen.
8. Als er gemeenten zijn waarvan het college geen aanvraag als bedoeld in het zevende lid doet worden de voor die gemeenten gereserveerde bedragen in de vijfde kolom in bijlage IVherverdeeld over de gemeenten waarvoor wel een aanvraag als bedoeld in het zevende lid is gedaan. De herverdeling vindt plaats naar rato van de hoogte van de bedragen die de colleges hebben aangevraagd op grond van het zevende lid.
9. Het aantal woningen waarvoor geen aanvraag wordt gedaan als bedoeld in het vijfde lid, wordt herverdeeld over de gemeenten waarvoor een aanvraag als bedoeld in het zesde lid is gedaan naar rato van het aantal woningen dat de colleges hebben aangevraagd op grond van het zesde lid. Per extra aangevraagde woning ontvangt de gemeente ten hoogste het genoemde bedrag in de zesde kolom van bijlage IV. Het aantal woningen dat wordt herverdeeld wordt opgehoogd, met een aantal waardoor het bedrag dat op grond van deze ophoging wordt uitgekeerd ten hoogste € 15.424.807 is.