BWBR0047553
Geldig vanaf 01-04-2021
Artikel 8.1
Beleidsregels vergunningverlening kansspelen op afstand
1. De aanvrager stelt financiële zekerheid voor het nakomen van zijn financiële verplichtingen, als bedoeld in artikel 5.4 van het Besluit kansspelen op afstand. De hoogte van de financiële zekerheidstelling ten tijde van de vergunningverlening bedraagt € 50.000.
2. De aanvrager stelt de financiële zekerheid ter hoogte van het in het vorige lid genoemde bedrag in de vorm van:
a. een bankgarantie;
b. een waarborgsom;
c. een borgtocht; of
d. een andere vorm die gelijkwaardig is aan de in onderdeel a, b of c genoemde vormen.
3. Ten behoeve van de beoordeling of de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde bankgarantie voldoende zekerheid biedt voor het nakomen van zijn financiële verplichtingen, verstrekt de aanvrager bij zijn aanvraag in ieder geval:
a. een volledige en ondertekende overeenkomst tussen de aanvrager en de bank die de bankgarantie afgeeft, waaruit in ieder geval blijkt: i. welke partijen betrokken zijn bij de bankgarantie;
ii. welke partijen zekerheden verlenen;
iii. onder welke voorwaarden de bankgarantie is verleend;
iv. welke partij de kosten voor het afsluiten, beheer en onderhoud van de bankgarantie draagt;
v. dat de bankgarantie een looptijd heeft van in ieder geval vijf jaar en zes maanden na de dag waarop de aanvraag is ingediend; en
vi. de hoogte van het bedrag van de bankgarantie.
i. welke partijen betrokken zijn bij de bankgarantie;
ii. welke partijen zekerheden verlenen;
iii. onder welke voorwaarden de bankgarantie is verleend;
iv. welke partij de kosten voor het afsluiten, beheer en onderhoud van de bankgarantie draagt;
v. dat de bankgarantie een looptijd heeft van in ieder geval vijf jaar en zes maanden na de dag waarop de aanvraag is ingediend; en
vi. de hoogte van het bedrag van de bankgarantie.
b. een document waaruit blijkt dat de bankgarantie is afgegeven door een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen.
4. Indien de aanvrager financiële zekerheid stelt in een van de in het tweede lid, onderdeel b, c of d, genoemde vormen, dient hij aannemelijk te maken dat de door hem gekozen vorm minimaal gelijkwaardig is aan de in het tweede lid, onderdeel a, genoemde bankgarantie. In dat geval kan de raad van bestuur advies vragen van een derde als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, van het Besluit kansspelen op afstand, ten behoeve van de beoordeling of de door de aanvrager gekozen vorm volstaat voor het nakomen van zijn financiële verplichtingen.
2. De aanvrager stelt de financiële zekerheid ter hoogte van het in het vorige lid genoemde bedrag in de vorm van:
a. een bankgarantie;
b. een waarborgsom;
c. een borgtocht; of
d. een andere vorm die gelijkwaardig is aan de in onderdeel a, b of c genoemde vormen.
3. Ten behoeve van de beoordeling of de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde bankgarantie voldoende zekerheid biedt voor het nakomen van zijn financiële verplichtingen, verstrekt de aanvrager bij zijn aanvraag in ieder geval:
a. een volledige en ondertekende overeenkomst tussen de aanvrager en de bank die de bankgarantie afgeeft, waaruit in ieder geval blijkt: i. welke partijen betrokken zijn bij de bankgarantie;
ii. welke partijen zekerheden verlenen;
iii. onder welke voorwaarden de bankgarantie is verleend;
iv. welke partij de kosten voor het afsluiten, beheer en onderhoud van de bankgarantie draagt;
v. dat de bankgarantie een looptijd heeft van in ieder geval vijf jaar en zes maanden na de dag waarop de aanvraag is ingediend; en
vi. de hoogte van het bedrag van de bankgarantie.
i. welke partijen betrokken zijn bij de bankgarantie;
ii. welke partijen zekerheden verlenen;
iii. onder welke voorwaarden de bankgarantie is verleend;
iv. welke partij de kosten voor het afsluiten, beheer en onderhoud van de bankgarantie draagt;
v. dat de bankgarantie een looptijd heeft van in ieder geval vijf jaar en zes maanden na de dag waarop de aanvraag is ingediend; en
vi. de hoogte van het bedrag van de bankgarantie.
b. een document waaruit blijkt dat de bankgarantie is afgegeven door een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen.
4. Indien de aanvrager financiële zekerheid stelt in een van de in het tweede lid, onderdeel b, c of d, genoemde vormen, dient hij aannemelijk te maken dat de door hem gekozen vorm minimaal gelijkwaardig is aan de in het tweede lid, onderdeel a, genoemde bankgarantie. In dat geval kan de raad van bestuur advies vragen van een derde als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, van het Besluit kansspelen op afstand, ten behoeve van de beoordeling of de door de aanvrager gekozen vorm volstaat voor het nakomen van zijn financiële verplichtingen.
- Citeren als
- Art. 8.1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0047553
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl