BWBR0047553
Geldig vanaf 01-04-2021
Artikel 3.3
Beleidsregels vergunningverlening kansspelen op afstand
1. Bij de integriteitsbeoordeling kan de raad van bestuur in ieder geval de volgende (rechts-)personen betrekken:
a. de aanvrager;
b. zijn directe, indirecte en uiteindelijke belanghebbenden;
c. de (rechts)personen die het beleid van de aanvrager bepalen of mede bepalen;
d. de (rechts)personen die direct of indirect leiding geven dan wel hebben gegeven aan de aanvrager;
e. de (rechts)personen die direct of indirect zeggenschap hebben dan wel hebben gehad over de aanvrager;
f. de (rechts)personen die direct of indirect vermogen verschaffen dan wel hebben verschaft aan de aanvrager;
g. de (rechts)personen die in een zakelijk samenwerkingsverband tot de aanvrager staan of hebben gestaan;
h. de rechtspersonen waaraan, waarover of waarvan de hierboven genoemde (rechts-)personen: i. het beleid bepalen of bepaald hebben;
ii. het beleid mede bepalen of mede bepaald hebben;
iii. direct of indirect belanghebbende zijn of zijn geweest;
iv. direct of indirect leiding geven of hebben gegeven;
v. direct of indirect zeggenschap hebben of hebben gehad.
i. het beleid bepalen of bepaald hebben;
ii. het beleid mede bepalen of mede bepaald hebben;
iii. direct of indirect belanghebbende zijn of zijn geweest;
iv. direct of indirect leiding geven of hebben gegeven;
v. direct of indirect zeggenschap hebben of hebben gehad.
2. De raad van bestuur kan ook andere (rechts-)personen onderzoeken om te beoordelen of zij kunnen worden aangemerkt als een van de in het eerste lid genoemde (rechts)personen.
a. de aanvrager;
b. zijn directe, indirecte en uiteindelijke belanghebbenden;
c. de (rechts)personen die het beleid van de aanvrager bepalen of mede bepalen;
d. de (rechts)personen die direct of indirect leiding geven dan wel hebben gegeven aan de aanvrager;
e. de (rechts)personen die direct of indirect zeggenschap hebben dan wel hebben gehad over de aanvrager;
f. de (rechts)personen die direct of indirect vermogen verschaffen dan wel hebben verschaft aan de aanvrager;
g. de (rechts)personen die in een zakelijk samenwerkingsverband tot de aanvrager staan of hebben gestaan;
h. de rechtspersonen waaraan, waarover of waarvan de hierboven genoemde (rechts-)personen: i. het beleid bepalen of bepaald hebben;
ii. het beleid mede bepalen of mede bepaald hebben;
iii. direct of indirect belanghebbende zijn of zijn geweest;
iv. direct of indirect leiding geven of hebben gegeven;
v. direct of indirect zeggenschap hebben of hebben gehad.
i. het beleid bepalen of bepaald hebben;
ii. het beleid mede bepalen of mede bepaald hebben;
iii. direct of indirect belanghebbende zijn of zijn geweest;
iv. direct of indirect leiding geven of hebben gegeven;
v. direct of indirect zeggenschap hebben of hebben gehad.
2. De raad van bestuur kan ook andere (rechts-)personen onderzoeken om te beoordelen of zij kunnen worden aangemerkt als een van de in het eerste lid genoemde (rechts)personen.
- Citeren als
- Art. 3.3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0047553
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl