BWBR0047553
Geldig vanaf 01-04-2021
Artikel 3.5
Beleidsregels vergunningverlening kansspelen op afstand
1. Bij de integriteitsbeoordeling betrekt de raad van bestuur in ieder geval de volgende typen antecedenten:
a. strafrechtelijke antecedenten;
b. toezichtantecedenten;
c. financiële antecedenten;
d. fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten; en
e. andere bestuursrechtelijke antecedenten.
2. Bij de beoordeling van de in het eerste lid genoemde antecedenten kan de raad van bestuur in ieder geval de volgende aspecten betrekken:
a. de mate van zekerheid dat antecedenten zich hebben voorgedaan;
b. het aantal of de duur van antecedenten;
c. de aard, ernst en context van antecedenten;
d. het tijdsverloop nadat antecedenten zich hebben voorgedaan of zijn bestraft;
e. de grootte van het op geld waardeerbare voordeel dat met antecedenten is verkregen; en
f. de aard van de relatie tussen de aanvrager en degene op wie het antecedent betrekking heeft.
3. Bij de beoordeling van de in het tweede lid, onderdeel a, genoemde mate van zekerheid kan de raad van bestuur onder andere veroordelingen, strafbeschikkingen, transacties, schikkingen, beleidssepots, verdenkingen, bestuursrechtelijke sancties en voornemens tot het opleggen daarvan en inhoudelijke bewijsmiddelen betrekken. Een veroordeling of beschikking is niet vereist om voldoende zeker te zijn dat een antecedent zich heeft voorgedaan.
4. Ook in het geval dat iemand niet is vervolgd voor een strafbaar feit of de vervolging niet is voortgezet, kan de raad van bestuur het desbetreffende strafbare feit betrekken bij de integriteitsbeoordeling, als bedoeld in artikel 3.1.
5. Indien sprake is van een onherroepelijke vrijspraak of onherroepelijk ontslag van alle rechtsvervolging, betrekt de raad van bestuur het desbetreffende strafbare feit niet bij de integriteitsbeoordeling, als bedoeld in artikel 3.1.
6. Bij de beoordeling van het in het tweede lid, onderdeel d, genoemde tijdsverloop houdt de raad van bestuur rekening met de duur van in detentie doorgebrachte tijd. De tijd die is doorgebracht in detentie maakt niet dat de raad van bestuur antecedenten minder zwaar meeweegt.
a. strafrechtelijke antecedenten;
b. toezichtantecedenten;
c. financiële antecedenten;
d. fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten; en
e. andere bestuursrechtelijke antecedenten.
2. Bij de beoordeling van de in het eerste lid genoemde antecedenten kan de raad van bestuur in ieder geval de volgende aspecten betrekken:
a. de mate van zekerheid dat antecedenten zich hebben voorgedaan;
b. het aantal of de duur van antecedenten;
c. de aard, ernst en context van antecedenten;
d. het tijdsverloop nadat antecedenten zich hebben voorgedaan of zijn bestraft;
e. de grootte van het op geld waardeerbare voordeel dat met antecedenten is verkregen; en
f. de aard van de relatie tussen de aanvrager en degene op wie het antecedent betrekking heeft.
3. Bij de beoordeling van de in het tweede lid, onderdeel a, genoemde mate van zekerheid kan de raad van bestuur onder andere veroordelingen, strafbeschikkingen, transacties, schikkingen, beleidssepots, verdenkingen, bestuursrechtelijke sancties en voornemens tot het opleggen daarvan en inhoudelijke bewijsmiddelen betrekken. Een veroordeling of beschikking is niet vereist om voldoende zeker te zijn dat een antecedent zich heeft voorgedaan.
4. Ook in het geval dat iemand niet is vervolgd voor een strafbaar feit of de vervolging niet is voortgezet, kan de raad van bestuur het desbetreffende strafbare feit betrekken bij de integriteitsbeoordeling, als bedoeld in artikel 3.1.
5. Indien sprake is van een onherroepelijke vrijspraak of onherroepelijk ontslag van alle rechtsvervolging, betrekt de raad van bestuur het desbetreffende strafbare feit niet bij de integriteitsbeoordeling, als bedoeld in artikel 3.1.
6. Bij de beoordeling van het in het tweede lid, onderdeel d, genoemde tijdsverloop houdt de raad van bestuur rekening met de duur van in detentie doorgebrachte tijd. De tijd die is doorgebracht in detentie maakt niet dat de raad van bestuur antecedenten minder zwaar meeweegt.
- Citeren als
- Art. 3.5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0047553
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl