BWBR0046912
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 1.3
Regeling tijdelijke onderwijsvoorzieningen bij massale toestroom van ontheemden
1. Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor het onderwijs dat wordt gegeven op de tijdelijke onderwijsvoorziening en stelt een onderwijsprogramma vast overeenkomstig de artikelen 180c Wet op het primair onderwijszoals de bepaling luidde bij inwerkingtreding van Titel IV, Afdeling 12, paragraaf 2 van de Wet op het primair onderwijs, 9.6 Wet voortgezet onderwijs 2020zoals de bepaling luidde bij inwerkingtreding van Hoofdstuk 9, paragraaf 2 van de Wet voortgezet onderwijs 2020en de nadere regels gesteld in de leden 2 tot en met 5 van dit artikel.
2. Het bevoegd gezag besteedt de onderwijstijd:
a. voor zover redelijkerwijs mogelijk voor een derde deel aan de Nederlandse taal;
b. voor ten minste een derde deel aan inhoudelijk vakonderwijs, waaronder in elk geval wordt verstaan: 1° voor het primair onderwijs: actief burgerschap en sociale cohesie, rekenen en wiskunde, en zintuigelijke en lichamelijke oefening;
2° voor het voortgezet onderwijs: actief burgerschap en sociale cohesie, wiskunde en lichamelijke opvoeding;
1° voor het primair onderwijs: actief burgerschap en sociale cohesie, rekenen en wiskunde, en zintuigelijke en lichamelijke oefening;
2° voor het voortgezet onderwijs: actief burgerschap en sociale cohesie, wiskunde en lichamelijke opvoeding;
c. voor ten hoogste een derde deel aan andere onderwijsgerichte activiteiten, waaronder wordt verstaan activiteiten die het sociaal en emotioneel welbevinden van de leerlingen bevorderen.
3. Met inachtneming van artikel 9, dertiende lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 6a van de Wet op het voortgezet onderwijsen artikel 2.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020kan het bevoegd gezag een deel van het onderwijsprogramma in een andere taal aanbieden dan het Nederlands, indien het onderwijs in een andere taal dan het Nederlands past in het onderwijsprogramma van de tijdelijke onderwijsvoorziening en bijdraagt aan de kwaliteit van het onderwijs.
4. Hoofdstuk 1, artikel 2.2en hoofdstuk 2, paragrafen 3 tot en met 5, van de Wet voortgezet onderwijs 2020zijn niet van toepassing op een tijdelijke onderwijsvoorziening, met uitzondering van de artikelen 1.4, tweede lid. 2.34en 2.44 tot en met 2.47.
5. Titel II van de Wet op het voortgezet onderwijsis niet van toepassing op een tijdelijke onderwijsvoorziening, met uitzondering van de artikelen 6a, 6b, 6c, 6e, 17, 18, 20, eerste lid, 23b, 24b, 27cen 28b.
2. Het bevoegd gezag besteedt de onderwijstijd:
a. voor zover redelijkerwijs mogelijk voor een derde deel aan de Nederlandse taal;
b. voor ten minste een derde deel aan inhoudelijk vakonderwijs, waaronder in elk geval wordt verstaan: 1° voor het primair onderwijs: actief burgerschap en sociale cohesie, rekenen en wiskunde, en zintuigelijke en lichamelijke oefening;
2° voor het voortgezet onderwijs: actief burgerschap en sociale cohesie, wiskunde en lichamelijke opvoeding;
1° voor het primair onderwijs: actief burgerschap en sociale cohesie, rekenen en wiskunde, en zintuigelijke en lichamelijke oefening;
2° voor het voortgezet onderwijs: actief burgerschap en sociale cohesie, wiskunde en lichamelijke opvoeding;
c. voor ten hoogste een derde deel aan andere onderwijsgerichte activiteiten, waaronder wordt verstaan activiteiten die het sociaal en emotioneel welbevinden van de leerlingen bevorderen.
3. Met inachtneming van artikel 9, dertiende lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 6a van de Wet op het voortgezet onderwijsen artikel 2.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020kan het bevoegd gezag een deel van het onderwijsprogramma in een andere taal aanbieden dan het Nederlands, indien het onderwijs in een andere taal dan het Nederlands past in het onderwijsprogramma van de tijdelijke onderwijsvoorziening en bijdraagt aan de kwaliteit van het onderwijs.
4. Hoofdstuk 1, artikel 2.2en hoofdstuk 2, paragrafen 3 tot en met 5, van de Wet voortgezet onderwijs 2020zijn niet van toepassing op een tijdelijke onderwijsvoorziening, met uitzondering van de artikelen 1.4, tweede lid. 2.34en 2.44 tot en met 2.47.
5. Titel II van de Wet op het voortgezet onderwijsis niet van toepassing op een tijdelijke onderwijsvoorziening, met uitzondering van de artikelen 6a, 6b, 6c, 6e, 17, 18, 20, eerste lid, 23b, 24b, 27cen 28b.