BWBR0046912
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 5.2
Regeling tijdelijke onderwijsvoorzieningen bij massale toestroom van ontheemden
1. Het bevoegd gezag stelt een uitfaseringsplan op voor de tijdelijke onderwijsvoorziening en zendt het plan uiterlijk 1 maart 2024 aan de Minister.
2. Het uitfaseringsplan, bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval:
a. de naam en het bestuursnummer van het bevoegd gezag;
b. de naam en de instellingscode van de school en de vestigingscode waarvan de tijdelijke onderwijsvoorziening een uitbreiding is;
c. het adres waar de tijdelijke onderwijsvoorziening gevestigd is;
d. de einddatum van de tijdelijke onderwijsvoorziening;
e. het aantal leerlingen in de tijdelijke onderwijsvoorziening, indien van toepassing, het aantal leerlingen dat naar verwachting op de locatie zal blijven en het aantal leerlingen dat naar verwachting de tijdelijke onderwijsvoorziening zal verlaten;
f. een verklaring van een dat met het bevoegd gezag van andere scholen in de gemeente of regio is overlegd over het voortbestaan dan wel beëindigen van de locatie van de tijdelijke onderwijsvoorziening;
g. de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de contactpersoon van de tijdelijke onderwijsvoorziening;
h. indien van toepassing de afspraken die zijn gemaakt met het betrokken samenwerkingsverband;
i. of het bevoegd gezag de onderwijslocatie wil gaan gebruiken voor regulier onderwijs;
j. de wijze waarop de tijdelijke onderwijsvoorziening wordt uitgefaseerd;
k. de wijze waarop de tijdelijke onderwijsvoorziening garandeert dat de doorstroom van leerlingen naar een school voor basisonderwijs, school voor speciaal basisonderwijs, school voor onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs, niet zijnde het onderwijs gegeven aan een tijdelijke onderwijsvoorziening; en
l. het personeelsbeleid van de tijdelijke onderwijsvoorziening.
3. Bij de uitfasering van het onderwijs op de tijdelijke onderwijsvoorziening wijkt het bevoegd gezag niet af van het uitfaseringsplan.
2. Het uitfaseringsplan, bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval:
a. de naam en het bestuursnummer van het bevoegd gezag;
b. de naam en de instellingscode van de school en de vestigingscode waarvan de tijdelijke onderwijsvoorziening een uitbreiding is;
c. het adres waar de tijdelijke onderwijsvoorziening gevestigd is;
d. de einddatum van de tijdelijke onderwijsvoorziening;
e. het aantal leerlingen in de tijdelijke onderwijsvoorziening, indien van toepassing, het aantal leerlingen dat naar verwachting op de locatie zal blijven en het aantal leerlingen dat naar verwachting de tijdelijke onderwijsvoorziening zal verlaten;
f. een verklaring van een dat met het bevoegd gezag van andere scholen in de gemeente of regio is overlegd over het voortbestaan dan wel beëindigen van de locatie van de tijdelijke onderwijsvoorziening;
g. de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de contactpersoon van de tijdelijke onderwijsvoorziening;
h. indien van toepassing de afspraken die zijn gemaakt met het betrokken samenwerkingsverband;
i. of het bevoegd gezag de onderwijslocatie wil gaan gebruiken voor regulier onderwijs;
j. de wijze waarop de tijdelijke onderwijsvoorziening wordt uitgefaseerd;
k. de wijze waarop de tijdelijke onderwijsvoorziening garandeert dat de doorstroom van leerlingen naar een school voor basisonderwijs, school voor speciaal basisonderwijs, school voor onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs, niet zijnde het onderwijs gegeven aan een tijdelijke onderwijsvoorziening; en
l. het personeelsbeleid van de tijdelijke onderwijsvoorziening.
3. Bij de uitfasering van het onderwijs op de tijdelijke onderwijsvoorziening wijkt het bevoegd gezag niet af van het uitfaseringsplan.