BWBR0046912
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 1.7
Regeling tijdelijke onderwijsvoorzieningen bij massale toestroom van ontheemden
1. Het bevoegd gezag stelt voor elke leerling in een tijdelijke onderwijsvoorziening zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen zes weken na de inschrijving van de leerling een doorstroomperspectief vast.
2. Het doorstroomperspectief bevat in elk geval een plan op welke wijze een leerling zo snel mogelijk, doch binnen twee jaren na inschrijving in een tijdelijke onderwijsvoorziening, zal doorstromen naar een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor voortgezet onderwijs of een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs, niet zijnde een tijdelijke onderwijsvoorziening of nieuwkomersvoorziening.
3. Indien voor een leerling een extra onderwijsondersteuning nodig is, betrekt het bevoegd gezag die behoefte bij het vaststellen van het doorstroomperspectief.
4. Het doorstroomperspectief wordt ten minste één keer per jaar geëvalueerd in overleg met de ouders en de leerling en waar nodig bijgesteld.
2. Het doorstroomperspectief bevat in elk geval een plan op welke wijze een leerling zo snel mogelijk, doch binnen twee jaren na inschrijving in een tijdelijke onderwijsvoorziening, zal doorstromen naar een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor voortgezet onderwijs of een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs, niet zijnde een tijdelijke onderwijsvoorziening of nieuwkomersvoorziening.
3. Indien voor een leerling een extra onderwijsondersteuning nodig is, betrekt het bevoegd gezag die behoefte bij het vaststellen van het doorstroomperspectief.
4. Het doorstroomperspectief wordt ten minste één keer per jaar geëvalueerd in overleg met de ouders en de leerling en waar nodig bijgesteld.