BWBR0046803
Geldig vanaf 2022-06-25
Artikel 3
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Meldingen en Verzoeken 2022
1. Het afdelingshoofd MIC en de vakgroephoofden zijn verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:
a. het leiding geven aan de eigen afdeling of vakgroep, waaronder begrepen: 1°. de HRM-taken ten aanzien van de medewerkers, de coaching van de medewerkers en het bevorderen van de sociale cohesie van de eigen afdeling of vakgroep;
2°. de vakontwikkeling en kennisborging;
1°. de HRM-taken ten aanzien van de medewerkers, de coaching van de medewerkers en het bevorderen van de sociale cohesie van de eigen afdeling of vakgroep;
2°. de vakontwikkeling en kennisborging;
b. het afleggen van verantwoording en het rapporteren aan de directeur over bijdragen van de eigen afdeling of vakgroep aan de uitvoering van het jaarplan van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
c. het doen van voorstellen aan de directeur met betrekking tot het aantrekken en ontslaan van personeel;
d. het bijdragen aan de totstandkoming producten van de Nederlandse Arbeidsinspectie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen a, e, f, g, i en s, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie 2017, binnen de daarvoor geldende departementale kaders dan wel volgens door de inspecteur-generaal dan wel de directeur gegeven richtlijnen;
e. het als tactisch manager participeren in het ontwikkelen en implementeren van plannen van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
f. het vervullen van proceseigenaarschap van de daartoe aan hen toebedeelde werkprocessen.
2. De afdelingshoofden M&V ARBO en M&V AMF zijn verantwoordelijk voor de volgende taken:
a. het leidinggeven aan een afdeling bestaande uit functioneel leidinggevenden die de teams functioneel aansturen, waaronder begrepen: 1°. het toezien op de taakuitoefening van de functioneel leidinggevenden;
2°. de HRM-taken ten aanzien van deze functioneel leidinggevenden, de coaching van deze functioneel leidinggevenden en het bevorderen van de sociale cohesie van de eigen afdeling;
3°. de vakontwikkeling en kennisborging;
1°. het toezien op de taakuitoefening van de functioneel leidinggevenden;
2°. de HRM-taken ten aanzien van deze functioneel leidinggevenden, de coaching van deze functioneel leidinggevenden en het bevorderen van de sociale cohesie van de eigen afdeling;
3°. de vakontwikkeling en kennisborging;
b. het afleggen van verantwoording en het rapporteren aan de directeur over bijdragen van de eigen afdeling aan de uitvoering van het jaarplan van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
c. het doen van voorstellen aan de directeur met betrekking tot het aantrekken en ontslaan van personeel;
d. het zorg dragen voor een actuele tactische planning waarin de inzet van de capaciteit van de teams wordt gematcht met de gevraagde inzet op responsief en reactief werk, organisatieprojecten ten behoeve van de programma’s en overige directe taken, waaronder in ieder geval begrepen de nalevingsmonitor;
e. het samen met de andere tactisch leidinggevenden sturen op de gewenste verhouding tussen programmatisch en actief alsmede responsief en reactief toezicht en de productiviteit van de teams;
f. de borging en ontwikkeling van regionale netwerken;
g. het als tactisch manager participeren in het ontwikkelen en implementeren van plannen van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
h. het vervullen van proceseigenaarschap van de daartoe aan hen toebedeelde werkprocessen.
a. het leiding geven aan de eigen afdeling of vakgroep, waaronder begrepen: 1°. de HRM-taken ten aanzien van de medewerkers, de coaching van de medewerkers en het bevorderen van de sociale cohesie van de eigen afdeling of vakgroep;
2°. de vakontwikkeling en kennisborging;
1°. de HRM-taken ten aanzien van de medewerkers, de coaching van de medewerkers en het bevorderen van de sociale cohesie van de eigen afdeling of vakgroep;
2°. de vakontwikkeling en kennisborging;
b. het afleggen van verantwoording en het rapporteren aan de directeur over bijdragen van de eigen afdeling of vakgroep aan de uitvoering van het jaarplan van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
c. het doen van voorstellen aan de directeur met betrekking tot het aantrekken en ontslaan van personeel;
d. het bijdragen aan de totstandkoming producten van de Nederlandse Arbeidsinspectie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen a, e, f, g, i en s, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie 2017, binnen de daarvoor geldende departementale kaders dan wel volgens door de inspecteur-generaal dan wel de directeur gegeven richtlijnen;
e. het als tactisch manager participeren in het ontwikkelen en implementeren van plannen van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
f. het vervullen van proceseigenaarschap van de daartoe aan hen toebedeelde werkprocessen.
2. De afdelingshoofden M&V ARBO en M&V AMF zijn verantwoordelijk voor de volgende taken:
a. het leidinggeven aan een afdeling bestaande uit functioneel leidinggevenden die de teams functioneel aansturen, waaronder begrepen: 1°. het toezien op de taakuitoefening van de functioneel leidinggevenden;
2°. de HRM-taken ten aanzien van deze functioneel leidinggevenden, de coaching van deze functioneel leidinggevenden en het bevorderen van de sociale cohesie van de eigen afdeling;
3°. de vakontwikkeling en kennisborging;
1°. het toezien op de taakuitoefening van de functioneel leidinggevenden;
2°. de HRM-taken ten aanzien van deze functioneel leidinggevenden, de coaching van deze functioneel leidinggevenden en het bevorderen van de sociale cohesie van de eigen afdeling;
3°. de vakontwikkeling en kennisborging;
b. het afleggen van verantwoording en het rapporteren aan de directeur over bijdragen van de eigen afdeling aan de uitvoering van het jaarplan van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
c. het doen van voorstellen aan de directeur met betrekking tot het aantrekken en ontslaan van personeel;
d. het zorg dragen voor een actuele tactische planning waarin de inzet van de capaciteit van de teams wordt gematcht met de gevraagde inzet op responsief en reactief werk, organisatieprojecten ten behoeve van de programma’s en overige directe taken, waaronder in ieder geval begrepen de nalevingsmonitor;
e. het samen met de andere tactisch leidinggevenden sturen op de gewenste verhouding tussen programmatisch en actief alsmede responsief en reactief toezicht en de productiviteit van de teams;
f. de borging en ontwikkeling van regionale netwerken;
g. het als tactisch manager participeren in het ontwikkelen en implementeren van plannen van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
h. het vervullen van proceseigenaarschap van de daartoe aan hen toebedeelde werkprocessen.