BWBR0046698
Geldig vanaf 2022-05-24
Artikel 8
Besluit uitvoering, mandaat en machtiging inzake het erkend stelsel
1. Aan het bestuur van de toelatingsorganisatie wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten, en het verrichten van overige handelingen die verband houden met de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 6en 7.
2. Aan het bestuur van de toelatingsorganisatie wordt mandaat en machtiging verleend:
a. om namens de minister een besluit te nemen op een bezwaarschrift gericht tegen een besluit als bedoeld in artikel 6;
b. verweer te voeren, in geval beroep of hoger beroep is ingesteld ter zake van een besluit op bezwaar als bedoeld in artikel 6;
c. verweer te voeren in geval een voorlopige voorziening is ingesteld in het kader van een bezwaar, beroep of hoger beroep ter zake van een besluit als bedoeld in artikel 6; en
d. een procesbesluit te nemen in het instellen van beroep, hoger beroep alsmede het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening.
3. Aan het bestuur van de toelatingsorganisatie wordt machtiging verleend tot het namens de minister afhandelen van klachten, niet zijnde klachten over het bestuur van de toelatingsorganisatie, als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht, het voeren van correspondentie, het nemen en doen uitgaan van beslissingen ter zake met inachtneming van de bepalingen in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht.
4. Aan het bestuur van de toelatingsorganisatie wordt machtiging verleend tot het namens de minister behandelen en beantwoorden van burgerbrieven, daarin zo nodig inhoudelijk bijgestaan door beleidsdirecties.
2. Aan het bestuur van de toelatingsorganisatie wordt mandaat en machtiging verleend:
a. om namens de minister een besluit te nemen op een bezwaarschrift gericht tegen een besluit als bedoeld in artikel 6;
b. verweer te voeren, in geval beroep of hoger beroep is ingesteld ter zake van een besluit op bezwaar als bedoeld in artikel 6;
c. verweer te voeren in geval een voorlopige voorziening is ingesteld in het kader van een bezwaar, beroep of hoger beroep ter zake van een besluit als bedoeld in artikel 6; en
d. een procesbesluit te nemen in het instellen van beroep, hoger beroep alsmede het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening.
3. Aan het bestuur van de toelatingsorganisatie wordt machtiging verleend tot het namens de minister afhandelen van klachten, niet zijnde klachten over het bestuur van de toelatingsorganisatie, als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht, het voeren van correspondentie, het nemen en doen uitgaan van beslissingen ter zake met inachtneming van de bepalingen in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht.
4. Aan het bestuur van de toelatingsorganisatie wordt machtiging verleend tot het namens de minister behandelen en beantwoorden van burgerbrieven, daarin zo nodig inhoudelijk bijgestaan door beleidsdirecties.