BWBR0046698
Geldig vanaf 2022-05-24
Artikel 3
Besluit uitvoering, mandaat en machtiging inzake het erkend stelsel
1. De minister kan op een aanvraag van een schemabeheerder een beoordelingsrichtlijn aanwijzen die:
a. voldoet aan de technische regels uit het oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, duurzaamheid, toegankelijkheid en de voorschriften inzake het gebruik die bij of krachtens het Bb zijn gesteld;
b. niet strijdig is met artikel 8, derde lid, van de verordening bouwproducten;
c. aansluit bij reeds tot het erkend stelsel toegelaten beoordelingsrichtlijnen; en
d. voldoet aan de voorwaarden van het toetsingskader, bedoeld in het vijfde lid.
2. De minister toetst een door een aangewezen instelling afgegeven kwaliteitsverklaring en erkent dat die:
a. aansluit op een reeds tot het stelsel toegelaten beoordelingsrichtlijn;
b. niet strijdig is met artikel 8, derde lid, van de verordening bouwproducten;
c. een uniek nummer heeft dat is afgegeven door een aangewezen instelling;
d. de door de aangewezen instelling afgegeven verklaring aan één rechtspersoon is toegewezen onder de voorwaarde dat deze verklaring niet overdraagbaar is; en
e. voldoet aan de voorwaarden van het toetsingskader, bedoeld in het vijfde lid.
3. De minister kan een aanwijzing van een beoordelingsrichtlijn schorsen of intrekken indien deze niet meer voldoet aan het eerste lid.
4. De minister kan een erkenning van een afgegeven kwaliteitsverklaring schorsen of intrekken indien deze niet meer voldoet aan het tweede lid.
5. De minister kan het aanwijzen van een instelling schorsen of intrekken indien deze niet meer voldoet aan artikel 2, tweede lid.
6. Voor de uitvoering van de bevoegdheden in het eerste en tweede lid, maakt de minister gebruik van een toetsingskader dat bekend is gemaakt op www.officielebekendmakingen.nlen op de website van de toelatingsorganisatie is gepubliceerd.
a. voldoet aan de technische regels uit het oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, duurzaamheid, toegankelijkheid en de voorschriften inzake het gebruik die bij of krachtens het Bb zijn gesteld;
b. niet strijdig is met artikel 8, derde lid, van de verordening bouwproducten;
c. aansluit bij reeds tot het erkend stelsel toegelaten beoordelingsrichtlijnen; en
d. voldoet aan de voorwaarden van het toetsingskader, bedoeld in het vijfde lid.
2. De minister toetst een door een aangewezen instelling afgegeven kwaliteitsverklaring en erkent dat die:
a. aansluit op een reeds tot het stelsel toegelaten beoordelingsrichtlijn;
b. niet strijdig is met artikel 8, derde lid, van de verordening bouwproducten;
c. een uniek nummer heeft dat is afgegeven door een aangewezen instelling;
d. de door de aangewezen instelling afgegeven verklaring aan één rechtspersoon is toegewezen onder de voorwaarde dat deze verklaring niet overdraagbaar is; en
e. voldoet aan de voorwaarden van het toetsingskader, bedoeld in het vijfde lid.
3. De minister kan een aanwijzing van een beoordelingsrichtlijn schorsen of intrekken indien deze niet meer voldoet aan het eerste lid.
4. De minister kan een erkenning van een afgegeven kwaliteitsverklaring schorsen of intrekken indien deze niet meer voldoet aan het tweede lid.
5. De minister kan het aanwijzen van een instelling schorsen of intrekken indien deze niet meer voldoet aan artikel 2, tweede lid.
6. Voor de uitvoering van de bevoegdheden in het eerste en tweede lid, maakt de minister gebruik van een toetsingskader dat bekend is gemaakt op www.officielebekendmakingen.nlen op de website van de toelatingsorganisatie is gepubliceerd.