BWBR0046698
Geldig vanaf 2022-05-24
Artikel 6
Besluit uitvoering, mandaat en machtiging inzake het erkend stelsel
Aan het bestuur van de toelatingsorganisatie wordt mandaat en machtiging verleend om namens de minister de volgende bevoegdheden uit te oefenen en de taken uit te voeren:
a. het aanwijzen van een instelling, schorsen of intrekken van deze aanwijzing, bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, en 5, vijfde lid;
b. het stellen van voorwaarden, bedoeld in artikel 2, tweede lid;
c. het aanwijzen, schorsen of intrekken van een beoordelingsrichtlijn als bedoeld in artikel 3, eerste en derde lid;
d. het beoordelen, erkennen, schorsen of intrekken van kwaliteitsverklaringen als bedoeld in artikel 3, tweede en vierde lid;
e. het vaststellen en bekendmaken van het toetsingskader als bedoeld in artikel 3, zesde lid;
f. het coördineren en zorg dragen voor de bekendmaking van de aangewezen beoordelingsrichtlijnen, aangewezen instellingen en erkende kwaliteitsverklaringen, bedoeld in artikel 4; en
g. het innen van een vergoeding en het bekend maken van de tarieven als bedoeld in artikel 5; en
h. voor de bestuursrechtelijke handhaving, bedoeld in artikel 92, derde lid, van de wet.
a. het aanwijzen van een instelling, schorsen of intrekken van deze aanwijzing, bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, en 5, vijfde lid;
b. het stellen van voorwaarden, bedoeld in artikel 2, tweede lid;
c. het aanwijzen, schorsen of intrekken van een beoordelingsrichtlijn als bedoeld in artikel 3, eerste en derde lid;
d. het beoordelen, erkennen, schorsen of intrekken van kwaliteitsverklaringen als bedoeld in artikel 3, tweede en vierde lid;
e. het vaststellen en bekendmaken van het toetsingskader als bedoeld in artikel 3, zesde lid;
f. het coördineren en zorg dragen voor de bekendmaking van de aangewezen beoordelingsrichtlijnen, aangewezen instellingen en erkende kwaliteitsverklaringen, bedoeld in artikel 4; en
g. het innen van een vergoeding en het bekend maken van de tarieven als bedoeld in artikel 5; en
h. voor de bestuursrechtelijke handhaving, bedoeld in artikel 92, derde lid, van de wet.