BWBR0046626
Geldig vanaf 2024-01-15
Artikel 16
Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies
1. Voor de subsidie van activiteiten komen de volgende kosten in aanmerking:
a. externe kosten;
b. directe loonkosten van de personen die zich in de organisatie van een van de partijen van het samenwerkingsverband bezighouden met de uitvoering van de activiteit, berekend op basis van het brutoloon van die personen en vermeerderd met een opslag van 32% naar rato van de individuele gerealiseerde uren en uitgaande van 1.565 werkbare uren op jaarbasis bij een 40-urig voltijds dienstverband. Bij een afwijkend voltijds dienstverband kunnen de werkbare uren naar rato worden bijgesteld.
c. een toeslag van 15% op de in de onderdelen a en b bedoelde kosten ter subsidiëring van overige gemaakte kosten; en
d. kosten van een controleverklaring als bedoeld in de artikelen 20, derde lid, en 21, vierde lid.
2. De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b en d, zijn daadwerkelijk gemaakt en betaald, waarbij de kosten ten laste van de activiteit zijn gebleven en
rechtstreeks aan de uitvoering van de activiteit zijn toe te rekenen.
3. Voor externe opdrachten wordt de marktconformiteit van de kosten bepaald door:
a. een offerteprocedure waarbij ten minste drie offertes zijn aangevraagd en beoordeeld door de subsidieaanvrager, indien deze kosten meer bedragen dan € 50.000; of
b. een transparante, objectieve en niet-discriminatoire aanbestedingsprocedure.
4. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, zijn kosten slechts subsidiabel op basis van directe loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en de toeslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c. indien deze zijn gemaakt door:
a. verbonden organisaties;
b. een partij in het samenwerkingsverband;
c. een organisatie die, direct of indirect, is vertegenwoordigd in het bestuur van de subsidieaanvrager of in het bestuur van een samenwerkingspartner; of
d. een organisatie waar een persoon een aanmerkelijk financieel belang heeft dan wel in het bestuur zit, die ook werkzaam is voor de subsidieaanvrager of een partij in het samenwerkingsverband.
5. Onder een verbonden organisatie als bedoeld in het vierde lid wordt verstaan een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie:
a. waarop de hoofdaanvrager, dan wel een bij de activiteit betrokken partij, direct of indirect een overheersende invloed kan uitoefenen;
b. die direct of indirect een overheersende invloed op de hoofdaanvrager, dan wel op een bij de activiteit betrokken partij, kan uitoefenen; of
c. die, tezamen met de hoofdaanvrager, dan wel met een bij de activiteit betrokken partij, direct of indirect onderworpen is aan de overheersende invloed van een andere organisatie uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of op haar van toepassing zijnde voorschriften.
6. Overheersende invloed als bedoeld in het vijfde lid wordt vermoed, indien een organisatie direct of indirect, ten opzichte van een andere organisatie:
a. de meerderheid van het geplaatste kapitaal van de organisatie bezit;
b. over de meerderheid van de stemmen beschikt die aan de door de organisatie uitgegeven aandelen zijn verbonden; of
c. meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de organisatie kan benoemen.
a. externe kosten;
b. directe loonkosten van de personen die zich in de organisatie van een van de partijen van het samenwerkingsverband bezighouden met de uitvoering van de activiteit, berekend op basis van het brutoloon van die personen en vermeerderd met een opslag van 32% naar rato van de individuele gerealiseerde uren en uitgaande van 1.565 werkbare uren op jaarbasis bij een 40-urig voltijds dienstverband. Bij een afwijkend voltijds dienstverband kunnen de werkbare uren naar rato worden bijgesteld.
c. een toeslag van 15% op de in de onderdelen a en b bedoelde kosten ter subsidiëring van overige gemaakte kosten; en
d. kosten van een controleverklaring als bedoeld in de artikelen 20, derde lid, en 21, vierde lid.
2. De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b en d, zijn daadwerkelijk gemaakt en betaald, waarbij de kosten ten laste van de activiteit zijn gebleven en
rechtstreeks aan de uitvoering van de activiteit zijn toe te rekenen.
3. Voor externe opdrachten wordt de marktconformiteit van de kosten bepaald door:
a. een offerteprocedure waarbij ten minste drie offertes zijn aangevraagd en beoordeeld door de subsidieaanvrager, indien deze kosten meer bedragen dan € 50.000; of
b. een transparante, objectieve en niet-discriminatoire aanbestedingsprocedure.
4. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, zijn kosten slechts subsidiabel op basis van directe loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en de toeslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c. indien deze zijn gemaakt door:
a. verbonden organisaties;
b. een partij in het samenwerkingsverband;
c. een organisatie die, direct of indirect, is vertegenwoordigd in het bestuur van de subsidieaanvrager of in het bestuur van een samenwerkingspartner; of
d. een organisatie waar een persoon een aanmerkelijk financieel belang heeft dan wel in het bestuur zit, die ook werkzaam is voor de subsidieaanvrager of een partij in het samenwerkingsverband.
5. Onder een verbonden organisatie als bedoeld in het vierde lid wordt verstaan een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie:
a. waarop de hoofdaanvrager, dan wel een bij de activiteit betrokken partij, direct of indirect een overheersende invloed kan uitoefenen;
b. die direct of indirect een overheersende invloed op de hoofdaanvrager, dan wel op een bij de activiteit betrokken partij, kan uitoefenen; of
c. die, tezamen met de hoofdaanvrager, dan wel met een bij de activiteit betrokken partij, direct of indirect onderworpen is aan de overheersende invloed van een andere organisatie uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of op haar van toepassing zijnde voorschriften.
6. Overheersende invloed als bedoeld in het vijfde lid wordt vermoed, indien een organisatie direct of indirect, ten opzichte van een andere organisatie:
a. de meerderheid van het geplaatste kapitaal van de organisatie bezit;
b. over de meerderheid van de stemmen beschikt die aan de door de organisatie uitgegeven aandelen zijn verbonden; of
c. meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de organisatie kan benoemen.