BWBR0046626
Geldig vanaf 2024-01-15
Artikel 15
Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies
De aanvraag tot verlening van subsidie wordt in ieder geval geheel of gedeeltelijk geweigerd, indien naar het oordeel van de Minister:
a. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen;
b. een activiteit niet uitvoerbaar is wegens strijd met bestaande wet- en regelgeving;
c. de subsidiabele kosten niet in een redelijke verhouding staan tot de voorgenomen prestaties en de daarvan te verwachten resultaten;
d. de subsidieaanvraag tot gevolg heeft dat een subsidieplafond als bedoeld in artikel 5 in een aanvraagtijdvak wordt overschreden;
e. de subsidieaanvraag met betrekking tot de beoogde activiteiten en de verwachte bijdrage aan de kennis, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, vergelijkbaar is met een andere aanvraag, en de andere aanvraag op basis van artikel 11, vijfde lid, hoger in de rangschikking staat;
f. dezelfde subsidiabele kosten reeds uit hoofde van deze of een andere subsidieregeling worden gefinancierd;
g. onvoldoende is aangetoond dat de administratie van de hoofdaanvrager zal voldoen aan de daaraan gestelde eisen; of
h. de subsidieaanvraag als onvoldoende is aangemerkt, als bedoeld in artikel 11, vierde lid.
a. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen;
b. een activiteit niet uitvoerbaar is wegens strijd met bestaande wet- en regelgeving;
c. de subsidiabele kosten niet in een redelijke verhouding staan tot de voorgenomen prestaties en de daarvan te verwachten resultaten;
d. de subsidieaanvraag tot gevolg heeft dat een subsidieplafond als bedoeld in artikel 5 in een aanvraagtijdvak wordt overschreden;
e. de subsidieaanvraag met betrekking tot de beoogde activiteiten en de verwachte bijdrage aan de kennis, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, vergelijkbaar is met een andere aanvraag, en de andere aanvraag op basis van artikel 11, vijfde lid, hoger in de rangschikking staat;
f. dezelfde subsidiabele kosten reeds uit hoofde van deze of een andere subsidieregeling worden gefinancierd;
g. onvoldoende is aangetoond dat de administratie van de hoofdaanvrager zal voldoen aan de daaraan gestelde eisen; of
h. de subsidieaanvraag als onvoldoende is aangemerkt, als bedoeld in artikel 11, vierde lid.