BWBR0046626
Geldig vanaf 2024-01-15
Artikel 13
Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies
1. Een samenwerkingsverband bestaat in elk geval uit enerzijds een onderzoeksinstelling en anderzijds een of meer werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties, O&O-fondsen, brancheorganisaties, bedrijven of organisaties.
2. De samenwerking in een samenwerkingsverband wordt vastgelegd in een door alle partijen van het samenwerkingsverband ondertekende samenwerkingsovereenkomst.
3. In de samenwerkingsovereenkomst wordt:
a. een hoofdaanvrager aangewezen die wordt gemachtigd het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen met betrekking tot deze regeling;
b. een gemeenschappelijke doelstelling bepaald;
c. een taakverdeling bepaald die ziet op de omvang van de samenwerking, de bijdragen aan de tenuitvoerlegging ervan en die ziet op het delen in de daaraan verbonden financiële, technologische, wetenschappelijke en andere risico’s, alsmede in de resultaten; en
d. geborgd dat de aangesloten onderzoeksinstelling het onderzoek onafhankelijk kan uitvoeren.
4. De hoofdaanvrager:
a. bestaat ten tijde van de subsidieaanvraag ten minste twee jaar; en
b. is een werkgeversorganisatie, een werknemersorganisatie, een O&O-fonds, of een brancheorganisatie die deel uitmaakt van het samenwerkingsverband.
5. De Minister stelt het model van de samenwerkingsovereenkomst elektronisch beschikbaar.
6. Betalingen van subsidie en voorschotten daarop aan de hoofdaanvrager gelden als betalingen aan het samenwerkingsverband.
2. De samenwerking in een samenwerkingsverband wordt vastgelegd in een door alle partijen van het samenwerkingsverband ondertekende samenwerkingsovereenkomst.
3. In de samenwerkingsovereenkomst wordt:
a. een hoofdaanvrager aangewezen die wordt gemachtigd het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen met betrekking tot deze regeling;
b. een gemeenschappelijke doelstelling bepaald;
c. een taakverdeling bepaald die ziet op de omvang van de samenwerking, de bijdragen aan de tenuitvoerlegging ervan en die ziet op het delen in de daaraan verbonden financiële, technologische, wetenschappelijke en andere risico’s, alsmede in de resultaten; en
d. geborgd dat de aangesloten onderzoeksinstelling het onderzoek onafhankelijk kan uitvoeren.
4. De hoofdaanvrager:
a. bestaat ten tijde van de subsidieaanvraag ten minste twee jaar; en
b. is een werkgeversorganisatie, een werknemersorganisatie, een O&O-fonds, of een brancheorganisatie die deel uitmaakt van het samenwerkingsverband.
5. De Minister stelt het model van de samenwerkingsovereenkomst elektronisch beschikbaar.
6. Betalingen van subsidie en voorschotten daarop aan de hoofdaanvrager gelden als betalingen aan het samenwerkingsverband.