BWBR0046579
Geldig vanaf 2022-04-22
Artikel 7
Besluit mandaat, ondermandaat, volmacht en machtiging SodM 2021
1. In het geval van afwezigheid van de Inspecteur-generaal gaan de volgende bevoegdheden als volgt over:
a. het aangaan van financiële verplichtingen wordt de bevoegdheid van de directeur op wiens werkterrein dit valt;
b. het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van feitelijke handelingen betreffende aangelegenheden die het werkterrein van de inspecteur-generaal raken, waaronder begrepen de P&O-aangelegenheden en het instellen van hoger beroep, wordt de bevoegdheid van een door de inspecteur-generaal aangewezen directeur of, bij gebreke van een dergelijke aanwijzing, een door de directeuren aan te wijzen directeur;
c. het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van feitelijke handelingen betreffende aangelegenheden die meerdere werkterreinen raken, wordt de bevoegdheid van een door de directeuren aangewezen directeur;
d. het vaststellen van: 1°. de bevindingen van het onderzoek naar een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de bevoegdheid van de directeur op wiens werkterrein dit speelt;
2°. de beantwoording van vragen van andere ambtsdragers wordt de bevoegdheid van de directeur op wiens werkterrein dit speelt.
1°. de bevindingen van het onderzoek naar een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de bevoegdheid van de directeur op wiens werkterrein dit speelt;
2°. de beantwoording van vragen van andere ambtsdragers wordt de bevoegdheid van de directeur op wiens werkterrein dit speelt.
2. De bevoegdheden die uit dit besluit voortvloeien voor een directeur gaan in geval van afwezigheid van die directeur over op een door hem aan te wijzen andere directeur.
3. De bevoegdheden die voortvloeien uit artikel 4, vierde, vijfde en zesde lid, voor de daar genoemde managers, gaan in geval van afwezigheid van een van hen, over op een door hem aangewezen andere manager.
a. het aangaan van financiële verplichtingen wordt de bevoegdheid van de directeur op wiens werkterrein dit valt;
b. het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van feitelijke handelingen betreffende aangelegenheden die het werkterrein van de inspecteur-generaal raken, waaronder begrepen de P&O-aangelegenheden en het instellen van hoger beroep, wordt de bevoegdheid van een door de inspecteur-generaal aangewezen directeur of, bij gebreke van een dergelijke aanwijzing, een door de directeuren aan te wijzen directeur;
c. het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van feitelijke handelingen betreffende aangelegenheden die meerdere werkterreinen raken, wordt de bevoegdheid van een door de directeuren aangewezen directeur;
d. het vaststellen van: 1°. de bevindingen van het onderzoek naar een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de bevoegdheid van de directeur op wiens werkterrein dit speelt;
2°. de beantwoording van vragen van andere ambtsdragers wordt de bevoegdheid van de directeur op wiens werkterrein dit speelt.
1°. de bevindingen van het onderzoek naar een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de bevoegdheid van de directeur op wiens werkterrein dit speelt;
2°. de beantwoording van vragen van andere ambtsdragers wordt de bevoegdheid van de directeur op wiens werkterrein dit speelt.
2. De bevoegdheden die uit dit besluit voortvloeien voor een directeur gaan in geval van afwezigheid van die directeur over op een door hem aan te wijzen andere directeur.
3. De bevoegdheden die voortvloeien uit artikel 4, vierde, vijfde en zesde lid, voor de daar genoemde managers, gaan in geval van afwezigheid van een van hen, over op een door hem aangewezen andere manager.