BWBR0046579
Geldig vanaf 2022-04-22
Artikel 2
Besluit mandaat, ondermandaat, volmacht en machtiging SodM 2021
Aan de Inspecteur-generaal is voorbehouden:
a. het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van feitelijke handelingen betreffende aangelegenheden: 1°. die het werkterrein van meerdere afdelingen raken, tenzij daarover tussen de betrokken directeuren overeenstemming bestaat;
2°. waarvan de Inspecteur-generaal mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld.
1°. die het werkterrein van meerdere afdelingen raken, tenzij daarover tussen de betrokken directeuren overeenstemming bestaat;
2°. waarvan de Inspecteur-generaal mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld.
b. het vaststellen van: 1°. de bevindingen van het onderzoek naar een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht;
2°. beleidsregels;
3°. de toezichtstrategie inclusief handhavingsstrategie;
4°. de beantwoording van vragen van andere ambtsdragers;
5°. het jaarplan van het Staatstoezicht op de Mijnen, en het beheer- en controleplan.
1°. de bevindingen van het onderzoek naar een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht;
2°. beleidsregels;
3°. de toezichtstrategie inclusief handhavingsstrategie;
4°. de beantwoording van vragen van andere ambtsdragers;
5°. het jaarplan van het Staatstoezicht op de Mijnen, en het beheer- en controleplan.
c. het instellen van hoger beroep.
a. het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van feitelijke handelingen betreffende aangelegenheden: 1°. die het werkterrein van meerdere afdelingen raken, tenzij daarover tussen de betrokken directeuren overeenstemming bestaat;
2°. waarvan de Inspecteur-generaal mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld.
1°. die het werkterrein van meerdere afdelingen raken, tenzij daarover tussen de betrokken directeuren overeenstemming bestaat;
2°. waarvan de Inspecteur-generaal mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld.
b. het vaststellen van: 1°. de bevindingen van het onderzoek naar een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht;
2°. beleidsregels;
3°. de toezichtstrategie inclusief handhavingsstrategie;
4°. de beantwoording van vragen van andere ambtsdragers;
5°. het jaarplan van het Staatstoezicht op de Mijnen, en het beheer- en controleplan.
1°. de bevindingen van het onderzoek naar een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht;
2°. beleidsregels;
3°. de toezichtstrategie inclusief handhavingsstrategie;
4°. de beantwoording van vragen van andere ambtsdragers;
5°. het jaarplan van het Staatstoezicht op de Mijnen, en het beheer- en controleplan.
c. het instellen van hoger beroep.