BWBR0046579
Geldig vanaf 2022-04-22
Artikel 4
Besluit mandaat, ondermandaat, volmacht en machtiging SodM 2021
1. Aan de managers wordt, ieder voor zich, mandaat, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op hun werkterrein. Het aangaan van financiële verplichtingen is hiervan uitgesloten, tenzij het verplichtingen betreft genoemd in het tweede tot en met vijfde lid.
2. Aan de managers wordt, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. het verlenen van verlof en kort buitengewoon verlof;
b. het verlenen van zwangerschaps-, bevallings- en ouderschapsverlof;
c. het accorderen van P-Direkt aanvragen;
d. het accorderen van aanvragen voor binnenlandse dienstreizen en het goedkeuren van reiskostendeclaraties, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 5.000 per verplichting niet te boven gaat.
3. Aan de manager Bedrijfsvoering wordt voorts volmacht en machtiging verleend ten aanzien van brieven op financieel en administratief gebied en op het gebied van huisvesting, P&O aangelegenheden, met uitzondering van correspondentie gericht aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, en de hoofden van dienst van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
4. Aan de manager Bedrijfsvoering wordt tevens volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van financiële verplichtingen op het gebied van opleidingen, tijdelijk personeel, huisvesting en bureaukosten, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 50.000 per verplichting niet te boven gaat.
5. Aan de manager Informatiemanagement wordt tevens volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van financiële verplichtingen op het gebied van documentatie, literatuur, hardware, software en telefonie, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 50.000 per verplichting niet te boven gaat.
6. Aan de manager Centrale Expertise wordt tevens volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van financiële verplichtingen op het gebied van wetenschappelijke en inventariserende onderzoeken, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 50.000 per verplichting niet te boven gaat.
2. Aan de managers wordt, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. het verlenen van verlof en kort buitengewoon verlof;
b. het verlenen van zwangerschaps-, bevallings- en ouderschapsverlof;
c. het accorderen van P-Direkt aanvragen;
d. het accorderen van aanvragen voor binnenlandse dienstreizen en het goedkeuren van reiskostendeclaraties, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 5.000 per verplichting niet te boven gaat.
3. Aan de manager Bedrijfsvoering wordt voorts volmacht en machtiging verleend ten aanzien van brieven op financieel en administratief gebied en op het gebied van huisvesting, P&O aangelegenheden, met uitzondering van correspondentie gericht aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, en de hoofden van dienst van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
4. Aan de manager Bedrijfsvoering wordt tevens volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van financiële verplichtingen op het gebied van opleidingen, tijdelijk personeel, huisvesting en bureaukosten, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 50.000 per verplichting niet te boven gaat.
5. Aan de manager Informatiemanagement wordt tevens volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van financiële verplichtingen op het gebied van documentatie, literatuur, hardware, software en telefonie, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 50.000 per verplichting niet te boven gaat.
6. Aan de manager Centrale Expertise wordt tevens volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van financiële verplichtingen op het gebied van wetenschappelijke en inventariserende onderzoeken, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 50.000 per verplichting niet te boven gaat.