BWBR0046503
Geldig vanaf 2022-04-01
Artikel 8
Regeling opvang ontheemden Oekraïne
1. Het college van burgemeester en wethouders brengt, met ingang van de eerstvolgende maand, een vergoeding in de kosten van de opvang van de meerderjarige ontheemde alsmede de opvang van diens meerderjarige gezinslid geheel of gedeeltelijk in rekening, indien de meerderjarige ontheemde of een meerderjarig gezinslid:
a. inkomsten uit arbeid in Nederland of in een ander land heeft en zulks blijkt uit de door de ontheemde opgegeven of van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen ontvangen informatie over zijn inkomsten uit arbeid;
b. een loondervingsuitkering of een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangt;
c. gedurende twee weken niet heeft voldaan aan verzoeken van het college van burgemeester en wethouders om informatie te verstrekken over zijn inkomsten en gezinssamenstelling, of
d. inkomsten verborgen heeft gehouden en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heeft gemaakt.
2. De vergoeding bedraagt € 244,22 per maand per meerderjarige ontheemde en diens meerderjarige gezinslid tot een maximum van € 488,44.
a. inkomsten uit arbeid in Nederland of in een ander land heeft en zulks blijkt uit de door de ontheemde opgegeven of van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen ontvangen informatie over zijn inkomsten uit arbeid;
b. een loondervingsuitkering of een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangt;
c. gedurende twee weken niet heeft voldaan aan verzoeken van het college van burgemeester en wethouders om informatie te verstrekken over zijn inkomsten en gezinssamenstelling, of
d. inkomsten verborgen heeft gehouden en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heeft gemaakt.
2. De vergoeding bedraagt € 244,22 per maand per meerderjarige ontheemde en diens meerderjarige gezinslid tot een maximum van € 488,44.