BWBR0046503
Geldig vanaf 2022-04-01
Artikel 10
Regeling opvang ontheemden Oekraïne
1. De door de ontheemde te ontvangen financiële toelage, bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, van deze regeling, bestaat uit een bedrag ten behoeve van voedsel en een bedrag ten behoeve van kleding en andere persoonlijke uitgaven conform de Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne.
2. De hoogte van het bedrag ten behoeve van voedsel, bedoeld in het eerste lid, in de opvangvoorziening waarin de ontheemden volledig zelf het eigen eten verzorgen, wordt berekend aan de hand van de volgende bedragen per persoon, per maand:
a. bij een éénpersoonshuishouden of een huishouden bestaande uit twee gezinsleden: € 252,18 per volwassene of alleenstaande minderjarige ontheemde, en € 210,05 per andere minderjarige;
b. bij een huishouden bestaande uit drie gezinsleden: € 214,29 per volwassene, en € 178,53 per minderjarige;
c. bij een huishouden bestaande uit vier of meer gezinsleden: € 189,13 per volwassene, en € 157,61 per minderjarige.
3. De hoogte van het bedrag voor kleding en andere persoonlijke uitgaven, bedoeld in het eerste lid, is: € 62,66 per persoon, per maand.
4. De financiële toelage wordt maandelijks op de eerste van de maand en op een door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde plaats aan de ontheemde beschikbaar gesteld.
5. Het college van burgemeester en wethouders kan ten aanzien van de uitkering van de financiële toelage deze, of enkel de toelage voor voedsel dan wel de toelage voor kleding en andere persoonlijke uitgaven, in natura verstrekken.
6. De financiële toelage voor een ontheemde jonger dan 18 jaar, die een kind is van, onder voogdij staat van, of begeleid wordt door, een of meer in de desbetreffende opvangvoorziening verblijvende ontheemden wordt uitbetaald aan één van die ontheemden.
7. Aan een ontheemde die overeenkomstig de Regeling Medische zorg Asielzoekers, verblijft in een instelling voor langdurige zorg die niet een gemeentelijke opvang is, verstrekt het college van burgemeester en wethouders het bedrag voor kleding en andere persoonlijke uitgaven, bedoeld in het derde lid.
8. Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de maaltijden in de gemeentelijke opvangvoorziening waarin de bewoners niet in de gelegenheid zijn deze zelf te verzorgen.
2. De hoogte van het bedrag ten behoeve van voedsel, bedoeld in het eerste lid, in de opvangvoorziening waarin de ontheemden volledig zelf het eigen eten verzorgen, wordt berekend aan de hand van de volgende bedragen per persoon, per maand:
a. bij een éénpersoonshuishouden of een huishouden bestaande uit twee gezinsleden: € 252,18 per volwassene of alleenstaande minderjarige ontheemde, en € 210,05 per andere minderjarige;
b. bij een huishouden bestaande uit drie gezinsleden: € 214,29 per volwassene, en € 178,53 per minderjarige;
c. bij een huishouden bestaande uit vier of meer gezinsleden: € 189,13 per volwassene, en € 157,61 per minderjarige.
3. De hoogte van het bedrag voor kleding en andere persoonlijke uitgaven, bedoeld in het eerste lid, is: € 62,66 per persoon, per maand.
4. De financiële toelage wordt maandelijks op de eerste van de maand en op een door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde plaats aan de ontheemde beschikbaar gesteld.
5. Het college van burgemeester en wethouders kan ten aanzien van de uitkering van de financiële toelage deze, of enkel de toelage voor voedsel dan wel de toelage voor kleding en andere persoonlijke uitgaven, in natura verstrekken.
6. De financiële toelage voor een ontheemde jonger dan 18 jaar, die een kind is van, onder voogdij staat van, of begeleid wordt door, een of meer in de desbetreffende opvangvoorziening verblijvende ontheemden wordt uitbetaald aan één van die ontheemden.
7. Aan een ontheemde die overeenkomstig de Regeling Medische zorg Asielzoekers, verblijft in een instelling voor langdurige zorg die niet een gemeentelijke opvang is, verstrekt het college van burgemeester en wethouders het bedrag voor kleding en andere persoonlijke uitgaven, bedoeld in het derde lid.
8. Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de maaltijden in de gemeentelijke opvangvoorziening waarin de bewoners niet in de gelegenheid zijn deze zelf te verzorgen.